ook op het lot en de ontwikkeling van het verdere Jodendom grote invloed heeft gehad.
liet is onmogelijk de zin van deze centrale geestelijke crisis hier in het kort te schetsen. Het belangrijkste is echter, dat de Christelijke kerk een openbaring belijdt, die door geen afstamming of rituele of morele stiptheid is gebonden, en die door de officiële joodse traditie niet is verstaan, ook al was ze er de vervulling van. liet conflict met de Joodse schriftgeleerden was blijkens de evangeliën onverzoenbaar. Paulus heeft verstaan, dat met deze afwijzing door het Jodendom hei privilege van uitverkorenheid was verspeeld, al kon hij niet anders geloven dan dat in het eind de eenmaal betoonde goddelijke gunst dit volk zou trouw blijven. Hiermee was de geestelijke positie van het Jodendom in de wereldgeschiedenis ontwricht, het had een looi voorlge-bracht, die de sappen lot zich zou trekken. In beginsel stonden voortaan Joden en heidenen gelijk: „in Christus is noch Jood noch Griek”. Dit universalisme was radicaler dan dat van het Jodendom, dat in zijn messiaanse verwachtingen wel naar die richting tendeerde, maar zijn begrenzingen niet geheel kon doorbreken.
Dat zich deze beslissing in het rijk van de geest nog in Jeruzalem voltrokken heeft, kort voordat het als Joods centrum viel, tekent de tragiek, waarin deze rijpe vrucht aan de mensheid toeviel. Over het Joodse bestaan in Palestina hing al ten tijde van Jezus de schaduw van een einde. Jeruzalem was nog het centrum van de Joodse wereld, maar reeds meer symbolisch. De offercultus, die daar waargenomen werd, gold voor het gehele Jodendom, maar had reeds een even symbolische tegenhanger in de synagogale Tora-cultus. Het is opmerkelijk, dat de Joden nooit behoefte gevoeld hebben het einde van de cultus in Jeruzalem als definitief te constateren en dit einde als een zinvolle afsluiting van een oudere periode te doordenken. Ze hebben dit overgelaten aan de Christelijke theologen, vóór allen Paulus en de schrijver van de brief aan de Hebreen, die het oude verbond voorgoed afgesloten zagen met de verschijning van Jezus Christus, in wien hetgeen vaag voorbestemd lag in de voorgaande tijd tot volle en
85