misplaatst „nationalisme”; en zeker is het naief oppervlakkig te doen alsof met betere tijdige voorlichting en ingrijpen van overheidswege (westerse overheid!) veel voorkomen had kunnen worden. De drijvende machten en motieven zijn van groter omvang en diepgang.
Het is ook onjuist een zekere pressie te oefenen in de richting van de Zionistische oplossing door te dreigen met een permanent en onoplosbaar Joods vraagstuk in de wereld, wanneer deze Zionistische oplossing niet wordt aanvaard cn doorgevoerd. Kr is wel degelijk een ..Arabisch vraagstuk”, al bestaat dat niet in de vorm van diaspora-verdrukking zoals bij de Joden, liet is inderdaad geen landhonger, die de Arabieren drijft tot hun verzet, maar een juist instinct voor de economische ontwikkeling, die hiermee dreigt over hen en al hun landen te komen, mei alle politiek-sociale gevolgen vandien. De wrijvingen worden dan ook niet weggenomen door een bescherming van de Arabische minderheid of zelfs eliminatie van de Arabische bevolking uit Palestina. Een andere kant van de zaak vraagt ook aandacht: wanneer de Joden er in slagen een behoorlijke eigen staat te funderen zal de positie van het wereld-Jodendom daardoor vanzelfsprekend een sterkere worden. Dit sluit de mogelijkheid in zich, dat hun politiek-economische positie eveneens versterkt wordt cn de wrijvingsvlakkcn met de overige wereld gevoeliger en heftiger zullen worden. De anderen zijn nu eenmaal niet overtuigd van de „zegen”, die de Joden voor de mensheid betekenen, on zien hun toename cn hun opstreven niet zonder wantrouwen aan. Na korte tijd van verlichting der spanningen zouden zodoende de spanningen heviger en over een breder front kunnen terugkeren. De kleine Joodse staat Palestina zou tegen zulk een massale actie van vijandschap weinig verweer hebben: wel zon hij door handig manoevreren een politieke rol kunnen spelen tussen de verschillende machten en van de tegenstrijdige belangen profiteren. Maar of hij uiteindelijk bij zou dragen tot een duurzame oplossing van de brandende wereldproblemen, blijft vooralsnog de vraag.
Het kon op die manier wel eens het belang zijn van de toon-
181