nomen is het Joodse volk nog bezig de emancipatie te verwerken, temeer daar de omringende wereld telkens allerlei beletselen in de weg legde.
Dat geldt over de hele linie, zowel in de materiele uitbuiting van de moderne productie- en genotmiddelen als in de denkwijzen en beschouwingen, de geestelijke revolutie, die door de westerse wereld gaat. De inleving daarin en dan de confrontatie met de eigen overgeleverde waarden was pas op gang. Welk een bekoring en welk een avontuur! Was het wonder dat menige Jood naar extremen doorsloeg, of dat het proces tallozen ontwortelde? Scepsis en cynisme waren dadelijk bij de hand om iemand, die nooit geleerd had in vrije meningsuiting en open verkeer met de botsende levens-machten eigen bodem te vinden, uit het lood te slaan en in de armen van een afgrondige zinloosheid te drijven. Uit de oude gezagsklem zo plotseling in de onbeperkte vrijheid van geest en van drift gebracht te zijn heeft over menig hoofd de catastrophe opgeroepen. De moderne Jood was in zijn ontworteling een aangrijpend voorbeeld van de problematiek van de moderne mens in het algemeen. Aan die rand van neurose en wanhoop zijn slachtoffers gevallen, die met een schrikwekkende duidelijkheid laten zien hoezeer de Jood het cultuurprobleem van zijn tijd aan eigen ziel ondergaat. De een begaf het, de ander werkte zich door tot hij een houding van cynische onaantastbaarheid had verworven, een derde ging op constructieve momenten van die moderne cultuur in en liet ze uit eigen Joodse traditie bevruchten, weer anderen verstijfden in conservatisme. Maar in elk van die houdingen spreekt de veelstemmige wereld van onze tijd door het Joodse medium.
De Joodse karakteristiek, die dit cultureel moment niet in rekening brengt, blijft beneden het Joodse peil. De observaties mogen overigens juist zijn, ze krijgen niet de juiste ligging; de diepte van geestesleven, die er onder staat, is van invloed op de betekenis der symptomen aan de oppervlakte.
138