een volk, dat sterk was in het afleggen van geloften en er de binding zo machtig van voelde, dat het niet zonder bevrijdende tegenmaatregel het nieuwe jaar durfde in te gaan. De resten van magisch levensgevoel, die hierin blijken, hebben ook over moderne Joden zulk een macht, dat het meemaken van deze dienst hen door grote diepten van religieuse beleving voert.
Ze hebben naast het primitieve leven echter ook het universalisme van de Hellenistische wereld beleefd, waarin figuren als Philo van Alexandrië de ontmoeting met de Griekse geest hebben gezocht. Het wereldverkeer van die dagen, met de gelegenheid om als oosterse religieuse natie de cultuur van de keizertijd te kennen en te beïnvloeden, heeft aan de Joden innerlijke omvang gegeven, een wereldblik, die weer terugkeert in de belangstelling voor de atlas en voor een mogelijke of zelfs wordende eenheidscultuur in moderne tijden. Hun eigen bijzonder karakter als aparte Joodse natie bleef voor en na van kracht. Ook die spanning dus, tussen universeel en particularistisch wereldbeeld, die tot de ner-veuse constitutie van het moderne Jodendom bijdraagt, heeft historisch relief.
Dat de middeleeuwse ghetto-mentaliteit diepe sporen in de Joodse ziel heeft gegroefd is overduidelijk. Uit die eeuwen kennen ze de vijandigheid van een religieus gefundeerd systeem, dat echter wat rijping van cultuur betreft nog in zijn puberteit stond. De ongelijktijdigheid van hun eigen verschijning met de omgevende samenleving is toen diep in het bewustzijn van de Joden doorgedrongen. De zelfhandhaving met allerlei middelen, zowel physiek als geestelijk, was dagelijkse zorg, maar dit gebeurde niet zonder een gevoel van superioriteit. Zeker, van de Christen der middeleeuwen uit gezien was de Jood een achtergebleven ziel, die zich tegen de volheid van goddelijke openbaring verhardde; maar van de Jood uit gezien was de Christen een „gooi”, een niet-Jood, die enkele gegevens uit de Joodse traditie gebruikte om er een nieuwe afgoderij mee te bedrijven, en die overigens nog pas begon aan het platteland te ontgroeien. Het fanatisme van de inquisitie en de ketterjacht was wel
136