torische continuïteit en dus het oude land! Een andere leuze had geen kracht. Met dergelijke psychische realiteiten van ongehoorde spanning en druk moet men rekenen om het enthousiasme van de Zionisten te verstaan. Er zijn er natuurlijk ook bij, die deze dingen alleen peripherisch beleven en die een ietwat platte argumentatie gebruiken, ten dele omdat ze menen dat de buitenwereld daar in het algemeen meer toegankelijk voor is, ten dele omdat hun eigen ziele-diepte de eigenlijke collectieve diepten van de Joodse ziel maar bij verre benadering vermoedt. Dat zijn dikwijls degenen die in de practische propaganda naar voren komen en het peil der internationale discussie nog eens met een paar domme lasten neerdrukken. Maar evenmin als men de cultuurcrisis van onze eeuw moet afmeten naar de vulgaire beweringen over vertrapte rechten of revolutie, mag men de Joodse zaak karakteriseren naar haar vulgaire rand.
Het Zionisme is het streven van het Joodse volk om uit de mentaliteit van het ghetto uit te breken en tot nieuwe vrije cultuurvorming te komen. Het sluit aan bij het ghetto in zoverre als het de traditionele lijn vasthoudt en geen compromis wil aangaan met de buiten-Joodse wereld. Het is de consequentie van de afwijzing van de assimilatie. Het staat echter voor het vraagstuk hoe de oneindig fijne verwikkeling van het Joodse leven met de moderne wereldcultuur in dit eigen streven te verwerken. In dit opzicht is het zelf een door en door moderne beweging; de spits van het moderne west-Europese en Amerikaanse cultuurleven dringt in het Zionisme Palestina binnen. Men zal dikwijls nu pas tot de ontdekking komen hoeveel van wat als typisch Joods wordt beschouwd toch een product is geweest van innerlijke assimilatie. De ontdekking van het eigen-Joodse is in zekere zin pas begonnen en kan in Palestina een sterke opbloei beleven.
Herzl leefde in Weenen, tussen oost en west in. De echte oost-Joden hebben het heilige vuur in de beweging gebracht; het is hun enthousiasme geweest, dat vlam heeft gevat en de oude dromen van een Joods nationale glorie levend bleek te hebben gehouden. Onder deze oost-Joden kwam dan
126