met de aard en de ontwikkeling van het Nederlandse volk in de laatste eeuwen. Dat het zoveel Joden heeft opgenomen en ook werkelijk geabsorbeerd, dat het geen noemenswaardige conflicten of storingen van deze politiek heeft ondervonden, getuigt van een consolidatie in sociaal-politieke zin, die te denken geeft. De onrust in de Joodse kwestie is hier in Nederland ook pas gekomen, toen de buitenlandse situatie haar invloed deed gevoelen. Niet zonder ongerustheid hebben dan ook de Nederlandse Joden de gang van zaken gevolgd en zich verweerd tegen een vereenzelviging van het Nederlands en buitenlands Joods belang. Tegenover de alles verterende nood van de Duitse slachtoffers moesten zulke overwegingen wel zwijgen, maar zodra de abnormale catastrophale toestand voorbij is, eisen ze hun recht op. Inderdaad mag men niet alle landen over één kam scheren en aan ieder een Joods probleem opdringen, omdat er bepaalde landen zijn, die er geen raad mee weten. Er was een gunstige kant aan de nationale differentiatie van het Jodendom en deze zal onmiddellijk weer moeten terugkeren na deze oorlog. De nationaal-socialistische vergroving van het Joodse vraagstuk tot een uniform wereldprobleem dient weer plaats te maken voor rijpere visie, waarbij elk land naar zijn aard de gegeven situatie verwerkt.
In hoeverre is de Nederlandse situatie typisch voor de Joodse situatie als geheel? De verschillen zijn vrij sterk. Men kan zeggen, dat de verhoudingen in Nederland bijzonder gunstig waren: het getal Joden niet groot genoeg om een probleem te creëren; wel te onderscheiden als Joden, maar in hoofdzaak religieus; dank zij de beginselen van burgerlijke gelijkgerechtigdheid normaal opgenomen; een historische naturalisatie van geleidelijke aard. Sympathieën en antipathieën bleven binnen de perken van een nuchter begrip van samenleving. Als geheel was de Nederlandse volksstructuur boven de beklemming van antisemitisme verheven. Voorkomende ongewenste toestanden konden langs redelijke wegen worden aangepakt. Voor verheviging van het volkssentiment in antithetische richting was geen grond. Dergelijke ontwikkelingen zouden op den duur ook elders
120