niet minder voor liefdadigheid, liet is niet het geld als zodanig dat ze boeit, maar het geld als uitdrukking van bereikbare goederen, van productie en consumptie, van de moderne ondernemingszin. Het bezit op zichzelf brengt de Jood niet in die nerveuse spanning, maar de oneindige kans die er in gesymboliseerd is. Daarom is hij niet alleen de noodgedwongen stedeling, de cultuuragent tegen wil en dank, maar hij leeft er in, geniet er van. groeit er bij.
De Joodse vitaliteit vertoont een tendens in deze richting. Na eeuwenlang van de kansen op deelname grotendeels verstoken geweest te zijn, veerde het Jodendom op zodra de tijd veranderde en hun gelegenheid kwam. Hier ligt een merkwaardige taaiheid van streven, die nog uit andere bronnen gevoed wordt dan alleen uit de noodzaak der omstandigheden. Men w il in die richting! Hun levensdrift slaat onder die wet; ze kunnen het niet laten, ook al zou als door een wonder het zwerven ophouden en de stabiliteit intreden. Er is een uiterst typisch Joods ..voorwaarts”.
De wijde verspreiding, de uitmiddelpunligheid is een uiterst bezwaarlijke bestaanswijze, hoewel gezegd moet worden, dat de Joden er veel van weten te maken. Om het goed te beoordelen en te verstaan moet een lange reeks van omstandigheden in rekening worden gebracht. Het is liet gevolg van een moeilijke, veelal tragische geschiedenis, waarin de Joden zich zelden naar eigen verkiezing hebben kunnen bewegen en doorgaans werden geduwd, gejaagd, tot zwerven veroordeeld, omdat ze geen eigen bodem hadden om te wonen. Hef exiel, dat in de zevende eeuw voor Christus begon, is vrijwel een permanente bestaansvorm geworden, met een gedeeltelijke onderbreking van Joods leven in Palestina van de terugkeer onder Cyrus in 538 v. C. tot de definitieve afbraak in 155 n. C. onder Hadrianus. Ze moesten een heenkomen zoeken en zijn nergens uiteindelijk veilig geweest. De toestand wTas ook in 1940 niet gestabiliseerd. Er wms een voortdurende emigratie van Joden uit de dichtbevolkte Joodse centra in oost-centraal-Europa naar het westen, met name naar Amerika. Het wijst op de onafgebroken druk, die op de betrokken Joodse volksdelen stond, druk
117