de beweging in het wereldcultuurleven volgen. Overal waar een gaatje open komt glipt het binnen en, daar de gelegenheid voor diepere vestiging en worteling zo dubieus is, blijft het in de beweeglijke cultuurzone zweven. Het wordt gedreven om zich nuttig te maken voor het volk, waartussen het min of meer bij toeval woont, en is dus op tamelijk snel effect en baat ingesteld. Bovendien is het aangewezen op die kundigheden en vaardigheden, die overal toegepast kunnen worden en dwars door alle grenzen heen van belang zijn. De Joden zijn daardoor vanzelf ook geworden bemiddelaars van cultuurgoederen, die gemakkelijk overgedragen kunnen worden van het ene land naar het andere. Het specifiek Joodse moment lag eigenlijk in het beheersen van de meest universele cultuurtechniek. In locale provinciale verhoudingen steekt de Jood altijd af als een mens met wijder levensbesef. Het psychische gewicht van de bindingen door bodem en oude tradities, die elke lang gevestigde plaatselijke gemeenschap meetorst, kent hij niet. Zijn tradities hebben zich reeds eeuwen geleden losgemaakt van de oude bodem en hij is er zelf lichter en opener bij geworden, opener tenminste voor die bepaalde overdraagbare levenswaarden. Hij weet dat het in zeker opzicht altijd anders kan en dikwijls effectiever. Hij kan daardoor soms piëteitloos zijn, wat niet uitsluit dat hij lange tijden door kan gaan de piëteit tegenover het overgeleverd eigene te bewaren.
en
Niettemin is deze verklaring uit de omstandigheden onvoldoende om het geobserveerde verschijnsel te duiden. Het blijft merkwaardig, dat de Joden een dergelijke affiniteit tot het telkens moderne cultuurleven hebben aan de dag gelegd. Zij worden er niet alleen toe gedreven, maar ook heen gezogen. Ook waar gelegenheid zou zijn tot rustiger vestiging ziet men vele Joden onrustig worden, tot ze weer in de grotere werveling zijn opgenomen. Er is een nerveuse dispositie tot exploitatie van de gelegenheid en uitwisseling. De veel gesignaleerde geldzucht van de Joden is in wezen iets anders; er zijn wel Shylocks, maar over het algemeen geven Joden ook heel gemakkelijk geld uit, zowel om behoorlijke zaken te doen als voor hoger en lager genot
116