sel niet betere uitzichten opende op vernieuwing van de samenleving. Beide overgeleverde godsdiensten gingen verbleken in hun particularistisch stempel en verloren daarmee aan typisch gehalte. De nivellering naar hel peil van de algemene natuurlijke religie, eerst vooral rationeel opgevat, later meer en meer irrationeel, hief de moeilijkheden op, doordat ze de positieve religies relativeerde. Ze werden meer en meer als overwonnen standpunten gevoeld, die de twisten van vroegere perioden op hun geweten hadden, maar nu geen kwaad meer behoefden te doen.
Zowel Christendom als jodendom hebben zich tegen deze nivellering door een krachtige zelfbezinning verzet, een zelfbezinning, die tot enorme geestelijke inspanning heeft aangespoord en waaraan voor een groot deel de veel diepere historische en phenomenologische kennis van beide is te danken, die sedert de negentiende eeuw is verzameld. Ook het godsdienstpsychologisch onderzoek is er door op hoog niveau gebracht. Overal voelt men die vraagstelling doorklinken, naar de verhouding van algemeen natuurlijk gezichtspunt en bijzondere openbaring. Het zijn zowel Christendom als Jodendom, die daaraan klem verlenen. In zoverre is het niet verwonderlijk, dat een bepaalde heftige actie tegen alle bijzondere bovennatmirlijke openbaring, zoals het nationaal-socialisme is, zich in wezen even fel keert tegen het Christendom als tegen het Jodendom. De poging om een Christendom te kweken, dat zijn bovennatuurlijk principe prijsgeeft, stuit steeds af op de punten, die het met het Jodendom gemeen heeft. En dan bleek het Jodendom deze gedachtenwereld veel meer als nationaal moment in zijn vlees en bloed te dragen, zodat het rnoeilijker wns te verdampen. Vandaar de veruietigingscampagne tegen het Jodendom eerst, om daarna uit verstandige strategie het „geestelijker” front van de Christelijke kerken op te blazen.
De emancipatie heeft op deze manier na een eerste nivellering een vernieuwde tekening gebracht in de verschijning van de Jood in de moderne wereld. Dit proces van bezinning op de betekenis van deze verschijning in de wereldgeschiedenis is midden in zijn voortgang. En daarnaast gaat
111