laag van de „natuur” ontdekt was kon niet meer worden weggewerkt en heeft sindsdien in allerlei vormen doorgewerkt, zowel theoretisch als practisch.
Het revolutionerende van dit principe lag daarin, dat het emancipatie met zich bracht van allen, die achtergesteld waren. Dat deed zich gevoelen op het hele sociale terrein. De middeleeuwse samenleving had door haar streng dogmatisch karakter een zekere spanning in haar structuur, die de nadruk legde op vorming en omvorming van de mensen en op de mate waarin iemand deel had aan het centrale heil, dat beleden en genoten werd. Hier heerste dus het principe van ophouw en geleding. De waardering der verschillende mensen ging met die geleding hand in hand. Aan die hele systematische orde werd door de grondgedachte der Verlichting de bodem ontnomen. De mens in zijn natuurlijke gegevenheid stond bij niemand achter en kon zich vrij ontplooien. Het systeem van de Christelijke samenleving was daarmee gebroken en voor de Joden stonden in beginsel de wegen open. zo goed als voor ieder ander.
De grote emancipatie-beweging, die daarmee is ingeluid, is nog steeds niet afgelopen. Het is ook voor de Joden een nieuwe kans geweest, die pas langzamerhand en in stukjes en beetjes is gerealiseerd. De resten van de middeleeuwse opvattingen zijn nog niet uitgestorven en het nieuwe beginsel heeft steeds opnieuw allerlei correcties en wijzigingen moeten ondergaan.
Maar de muren van het ghetto werden langzaamaan geslecht. En het is verwonderlijk zo vitaal de Joden op deze nieuwe mogelijkheden zijn ingegaan. Het was alsof de eeuwenlange afzondering de krachten had opgezameld en de faculteiten had geoefend. En het bleek, dat de meest moderne functies in de samenleving den Joden niet moeilijk vielen; in plaats van een groep, die achterlijk was gebleven door de lange afsluiting, betoonden de Joden zich bewegelijk, met een uitstekend aanpassingsvermogen en grote ondernemingszin. Gaandeweg werden ze mensen, die zich onopgemerkt of tenminste ongedwongen tussen de andere
109