nten van bijzondere openbaring, maar geen rustpunt wezenlijk cénzijn.
lezelfde redenen vond het Jodendom, nadat de felle Ischap van Mohammed, vanwege hun weigering hem te nen, was voorbijgegaan, in de Islamitische wereld elatief gunstige sfeer. Het waren, naast Joodse, ook diysitisch-Christelijke elementen uit de Syrische lan-Sweest, die tot de vorming van de Islam hadden bijge-n. In het uiterste oosten, Perzië, brachten de Arabische eringen in de zevende eeuw verlichting voor de Joden, der de Sassaniden van de doorvoering van de leer van lustra in het hele openbare leven ernstig te lijden had-diad: maar ook in het uiterste westen, Spanje, waar de aren in de achtste eeuw doordrongen. Men behandelde len volgens de beginselen, door Omar opgesteld: vrije ening van godsdienst, mits ze zich onthielden van sma-ï uitingen tegenover de profeet en de Islam en de mg tot de Islam niet hinderden. Verder moesten ze ar zijn aan hun kleding en was het hun verboden paar-; berijden. Vol waardige burgers waren ze dus niet, er zat geen wrok of ressentiment in de bejegening. In otamië verkregen ze rechten van eigen organisatie Irgaande autonomie onder de „Resch Galuta” (exiel-en de schoolhoofden van Sura cn Pumbeditha, die in-lestuur, onderwijs, rechtspraak en algemene rcligieuse ezag genoten door de gehele Joodse wereld. In Spanje n de Joden vooral onder de eerste kalifen van Cor-n de tiende en elfde eeuw veel vrijheid en zelfs aan-Hun philosophische werkzaamheid heeft de kennis ■ Grieksche wijsbegeerte, vooral van Aristoteles, in de sfiek in hoge mate helpen bevorderen. Stellig heeft naast aloude verwantschap en gemeenschappelijke nat een zekere overeenkomst van denkrichting mee-kt, die verhinderde dat een brede kloof van vreemd-e Joden in de Arabische samenleving isoleerde, s was het gesteld in Christelijk Europa, liet corpus anum was geheel op westers-Romeinse leest geschoeid geerde sterk afwijzend op het talmudisch gefixeerde
99