Aan do Edel-Groot-Achtbare Hoeren Burgemeesters, Regeerders en Schepenen der stad Amsterdam.
Geven met eerbied te kennen de Parnassim der Joodsche Portugeescho en Spaansche Natie in deze Stad, dat in den jare 1639, tot wering der geschillen die om hen bestonden, zeker accoord gemaakt werd en zekere voorwaarden gesteld worden, om met elkander in vrede en eendracht to leven, en om onderling goede orde en regel te bewaren volgens hunne Wet en gebruiken, alles in overeenstemming met den stijl van Venetië en onder bedreiging der aldaar gewone straffen; dat van dien tijd af tot in het jaar 1670 alles door do Portugee-sche Natie word in acht genomen; dat alstoon eonigen zich hadden getracht te onttrekken aan de straf, die bij do Synagoge gebruikelijk is, zijnde hen in den Cherem of ban te leggen; dat daarop de requestranten zich tot ü Groot Achtb. wondden en vraagden en een request indienden, in dato 17 November 1670, dat hiernevens gaat, waarin opgeteekend was al hetgeen men in het jaar 1639 overeengekomen was en meer speciaal het gebruik maken van de straf van Cherem of ban tegen rustverstoorders of ongohoorzamen, waarop bevolen en gelast werd aan de geheele Natie zich hiernaar to gedragen; en ofschoon alle leden der Natie hadden te gehoorzamen en zich te gedragen naar de orde der Synagoge en daaraan te gehoorzamen, en in hot bijzonder den regel te volgen, die steeds werd in acht genomen en gevolgd in zake het onderhoud der armen, en zonder welke het onmogelijk is do grootste verwarring te vermijden en de armen van do publieke kantoren af te houden, bevinden requestranten nochtans, dat eenigc leden der Natie, niet durvende openlijk tegen do orde handelen om niet in den Cherem of ban te vervallen, toch trachten de orde te verstoren, door zich van de Synagoge verwijderd te houden en thuis bljjven om aldus niet te worden aangezocht te beloven iets te geven tot onderhoud dor armen, en om niet evenals de overigen belast te worden, om, zooals zulks gewoon is, naar even-