XLI
Art. 42.
Niemand zal op Vrijdagnamiddag of op Vastendagen in een spoelhuis mogen gaan of spelen, op straffe yan als afgescheiden uit do gemeente te worden beschouwd.
Art. 43.
Niemand mag paskwillen of lasterlijke geschriften vervaardigen of laten vervaardigen op straffe van Herem.
Art. 44.
Niemand zal bij eeno kraamvrouw binnen 15 dagen na hare bevalling, ongeroepen een bezoek mogen afleggen.
Art. 45.
Wanneer een Jood door het gerecht voor oen of ander misdrijf wordt gevangen genomen, zal de Mahamad niet mogen tusschenbeide komen, maar tot voorbeeld van anderen het gerecht zijn loop laten.
Art. 46.
Geen straf van Herem zal mogen worden opgelegd voor geschillen in zake van eigendom van Joden met niot-Israëlioten.
Art. 47.
Niemand zal zonder verlof van den Mahamad op straffe van Herem een Geth (cchtscheidingsbrief) mogen geven of schrijven, of daarbij als getuige optreden; behalve die Gethim, welke door een stervende gegeven worden, onder dien verstande dat zij bij nict-o ver lijden als van nul en geene waarde zullen worden beschouwd.
Art. 48.
De (gemeentelijke) belasting op uitgovoerde koopmanschap moet over het geheele bedrag met de onkosten, en op ingevoerde goederen over de bruto-opbrengst, na aftrek van het rabat, betaald worden.
Art. 49.
Niemand zal mogen koopen of invoeren de stuivers of 2 stuiversstukken, welke door de regooring verboden zijn ; ook mag niemand goederen verkoopen onder voorwaarde van bèta-