wel het duidelijk was dat de Arabieren bij iedere aanval numeriek de meerderheid hadden.
Ondanks deze meerderheid bleven de mannen van de Haganah en bij de verdediging en bij de convooi-slagen overwinnaars. Een snelle overwinning van de Arabische „bevrijdingsarmee” was noodzakelijk. Hoe zouden zij anders voort kunnen gaan met hun brallende overwinningsberichten en — wat nog veel belang-rijker was — hoe zouden zij voldoende vrijwilligers kunnen aantrekken en bij de Engelse legerleiding het vertrouwen in hun militaire kracht bevestigen?
Het offensief kwam. Het werd gevoerd vanuit het Noorden —■ het Centrum en het Zuiden. De grote strijd om Jeruzalem begon — vanuit Jaffa werd (met als centraal punt een Moskee) Tel Aviv aangevallen en het Jarmoekleger onder bevel van generaal Fawzi zelf begon de slag om Misjmar Haemek, de grote en strategisch zeer belangrijke nederzetting aan het knooppunt tussen de Emek en Haifa.
Aan alle fronten werd de aanval afgeslagen. De commandant van de groep bij Jeruzalem sneuvelde bij de bestorming van de door de Haganah bezette heuvel Kastel, Fawzi’s leger werd met verpletterende verliezen teruggeslagen, een aanval op Tirath Tsewi werd een overwinning van een groep Joden op een tienvoudige Arabische overmacht. Men behoeft geen ander bewijs voor de Arabische overdrijvingskunst (zo men die nog wil bewijzen) dan de uitspraak van de bekende reporter John Krinche, die voor de B.B.C. verklaarde dat hij in de recreatiezaal van de kolonie Misjmar Haemek samen met de bewoners aan de radio zat en toen tot zijn grote verbazing en zeker evengrote hilariteit vernam, dat de Arabieren bericht-
143