te leggen op 15 Mei. De troepen zouden dan nog niet alle vertrokken kunnen zijn, maar de evacuatie zou voltooid worden op 1 Augustus.
De eerste berichten spraken van het onderbrengen van de Engelse troepen op Cyprus, het „deportatie-eiland”. Dat de evacuatie sneller verliep en dat de troepen niet naar Cyprus gingen is ’t gevolg van de onver, wachte keer die de gebeurtenissen hebben genomen.
Naar van Joodse gezaghebbende militaire zijde werd medegedeeld, hadden Engelse officieren deel genomen aan het overleg van de generale staf der Arabische „bevrijdingslegers”. Daarbij waren kaarten getoond waarop Joodse stellingen waren aangegeven en waren de stadia van de evacuatie bekend gemaakt. Zo konden grote convooien Arabische troepen de grenzen van Libanon overschrijden en via het gebied van Engelands bondgenoot Transjordanië, Palestina binnen komen, zonder (een enkel optreden daargelaten) Engelse tegenstand te ontmoeten.
De Joden waren genoodzaakt de voedselconvooien van en naar Jeruzalem zelf te beschermen en de periode van de grote „convooislagen” was daarmee aangebroken. Een enkele maal (bijvoorbeeld na de grote slag bij Kfar Etsion, Maart) beweerden de En-gelsen dat de Joden verplicht waren de Engelse autoriteiten te waarschuwen, maar de Joodse legerleiding stelde daar tegenover dat ieder convooi, waaromtrent inlichtingen aan de Engelsen waren verstrekt prompt door Arabieren onder vuur was genomen en zij liepen liever niet het risico van deze „coïncidenties”.
De afweer van de Joodse verdediging was zo doeltreffend dat het de Arabische aanvallers nergens gelukte in de Joodse stellingen door te dringen, hoe-
142