IK moest in Haifa op de bus wachten. Er moest een omweg worden gemaakt om de WadiRushmieh, die zo onveilig was en de dienst was dus niet zo regelmatig. Er waren veel kolonisten onder de wachtenden, die met de eerste gelegenheid naar hun kolonies in de Emek en nog verder wilden. Ik had al geleerd niet over de toestand te spreken. Waarom? Iedereen was vol vertrouwen dat het toch in orde zou komen en ieder wist dat het offers zou kosten. Als je zorgen hebt, houd je mond. Het scheen of het bij de zelf opgelegde voorschriften hoorde. Wij spraken dus over de droogte en dat het nu wel gauw moest regenen wanneer het goed zou gaan met de volgende oogst.
Want het waren boeren deze kolonisten, boeren die naar Haifa waren gegaan voor een uitvoering van het Palestijns Philharmonisch Orkest — dwars door het gevaar heen —
Ik had veel gelezen over de collectieve nederzettingen. In grote lijnen kende ik de ontstaansgeschiedenis en begreep ik waar de bewoners heen wilden. Hier was de gelegenheid om er meer van te weten te komen.
124