neer die woestijn Palestina is.” Het was een woestijn en nu is er inderdaad een nieuw leven. De Arabieren hadden in de troosteloze woestijn berust. Een Arabische legende verhaalt dat een Engel boven Palestina vloog met een zak vol stenen. De zak scheurde en vandaar deze troosteloze met stenen bedekte heuvels en dalen.
„Het kan ook anders,” was de Joodse gedachte, ontstaan op de basis van het weten dat het anders geweest is. De band van het Joodse volk met Palestina was de oorzaak van dit bewustzijn; generatie na generatie leerde uit de geschiedenis van de Bijbel en uit de legenden van het volk een ander land kennen dan deze barre steenwoestijn. Een land overvloeiend van melk en honing. En om een Joodse legende naast de Arabische te plaatsen is daar het verhaal dat het land op het volk wachtte om weer vruchtbaar te worden.
De eerste kolonisten trachtten het onvruchtbare land te koloniseren op de wijze van de Russische en Roemeense boeren die werkten op het vruchtbare land van de „zwarte aarde”. Teleurstellingen en zorgen bleven niet uit. Zij waren verbaasd te merken dat de oogst mislukte en begrepen dat zij naar nieuwe methoden moesten zoeken. Van de Arabische fella-chen leerden zij veel en zij verbeterden de ontginning op de basis van wat zij bij de fellachen hadden gezien.
Het stond voor hen vast dat zij tot betere resultaten moesten komen dan de fellachen, wilde hun experiment slagen. Binnen één generatie waren zij al verder. Zij ploegden dieper en lieten het onkruid niet zitten. Zij onderzochten de bodem voor er een citrusplantage aan te leggen en door omheiningen
118