Haifa gaat het Joodse land verder — „de” Emek Jezreeel — die reeks nederzettingen en dorpen met een bevolking variërend van 400—1400 inwoners. En verder zijn daar de kolonies in de Galil — in de Emek Beth Sjean. Officieel zijn er verschillende gebieden die de naam Emek (de vlakte) voeren. Het gewone spraakgebruik kent er maar één — de Emek Jezreeel (de vallei van Esdraelon) eens een bloeiend land, later verwaarloosd en tot een drassig moerasgebied verworden waar de malaria-muskiet onbeperkt heerste.
De vallei is 49 kilometer lang en 17 kilometer breed. Joodse kolonisatie heeft er in nog geen dertig jaar een rijk land doen ontstaan waar koren, groente en fruit zelfs bananen groeien en het vee op een welvarend boerenbedrijf wijst.
De gelijkenis met het Hollandse landschap is niet alleen uiterlijk. Opnieuw moet ik denken aan de cijfers die naast elkaar gesteld ons de vreemde sensatie geven van een droom of een sprookje, waarin wonderbomen in één nacht groeien, maar die in werkelijkheid de glorie zijn van de arbeid van een volk dat besloten heeft het eigen leven en alle arbeidskracht tezamen met de in eeuwenlange denkarbeid verworven intelligentie in dienst te stellen van de opbouw van het land.
Hoe vaak heb ik hier niet aan Weizmanns woorden moeten denken. Toen Lord Balfour hem bij hun eerste ontmoeting vroeg waarom de Joden Oeganda niet ge. accepteerd hadden inplaats van te blijven streven (het was nog voor de eerste wereldoorlog) naar Palestina, antwoordde de jonge Weizmann: „de Joden zullen alleen dan een woestijn tot leven brengen wan-
117