zorgden zij dat de geiten niet alles weggraasden. De landbouwschool van Mikweh-Jisreel leerde de jonge kolonisten hoe zij te werk moesten gaan om de ervaring van vroegere bewoners en moderne landbouwmethoden te verenigen.
Oorspronkelijk hadden zij geen gemengde bedrijven maar al spoedig bleek het noodzakelijk een gemengd bedrijf te voeren. De problemen van de irrigatie, een van de voornaamste, werd in gemeenschappelijk overleg en door gemeenschappelijke arbeid opgelost en nog steeds wordt het irrigatiewerk voortgezet om het gehele land van water te voorzien.
Volgens Dr. Lowdermilk kan er nog achtmaal zoveel land door irrigatie voor landbouw geschikt worden gemaakt. Naast de citruscultuur en de landbouw verbeterden de Joden het zuivelbedrijf. Verbeteren is het juiste woord niet. Zij begonnen ermee, want de Arabieren stelden zich op dit gebied wel met heel weinig tevreden. Zij lieten de koeien gedurende de droge zomer maar aan eigen lot over en wat de arme beesten op die manier te pakken kregen was niet bepaald geschikt om een welvarend ras te doen ontstaan. De Joden begonnen veevoer te planten en zij slaagden erin om op een klein gebied zoveel te oogsten, dat het voer behoorlijk kon worden aangevuld gedurende de zomermaanden. Dat dit mogelijk was is weer het gevolg van irrigatie.
Daarna importeerden zij Holsteins uit Holland en Jersevs uit Engeland, kruisten ze met Svrische en Libanese koeien en wisten melkvee te fokken dat het Palestijnse klimaat kan verdragen en voldoende melk geeft. De Arabische koe geeft gemiddeld 760 1. per jaar, terwijl de koeien van deze nieuwe soort het
119