zij hebben, zijn te klein, ze hebben te weinig gelegenheid om nieuwe mensen op te leiden. Voor Hollandse begrippen is het leven van deze zeelieden onbegrijpelijk hard. Over een behoorlijke keuken beschikken zij niet. Hun maaltijden gebruiken zij op dek en het eten is niet, wat de Hollandse kok zijn maats voorzet. Maar de schepen zijn ook te klein wat de opnamecapaciteit betreft. Te vaak moeten zij naar de haven terug, — maar niet naar de haven van Michmoreth. Michmoreth heeft geen haven. Zelfs geen dam, waarlangs de kleine boten kunnen meren en gelost worden. Zo moeten de schepen dus met hun lading naar Haifa of Tel Aviv. Dat betekent, dat op het eind van de week de mannen over land naar Michmoreth moeten komen. Vaak komen zij dan over Sjabbat in het geheel niet thuis en de kosten worden veel te hoog. Dit maakt eigenlijk de voornaamste zorg uit van de mensen van Michmoreth en ze stellen alles in het werk om hierin verandering te brengen.
Er zijn meer pogingen gedaan om de zeevisserij te beoefenen, maar zij willen volhouden, omdat de plaats, die zij uitgekozen hebben, zo buitengewoon geschikt is en omdat de zee hen trekt — op een wonderlijke wijze trekt. Want over hun moeilijkheden heb ik U gesproken en niet over de bijzondere geest van kameraadschap, die er overal is, waar jonge mensen in dit land opnieuw beginnen. En die hier nog sterker is, bij de mannen, die dagen lang van huis zijn, op hun kleine scheepjes dobberen op de eindeloze zee. De huizen in Michmoreth zijn van hout, er is nog geen tijd en geen geld om stenen huizen te bouwen, maar wanneer je met de mensen spreekt, is er alleen maar de onverzettelijke wil om verder te gaan en een grote
99