Tel Aviv, waarin alles samenkomt en vanwaar de plannen en impulsen tot verdere ontwikkeling uitgaan kan moeilijk worden overschat.
Daar Jeruzalem volgens het plan van de Commissie een internationale stad moet worden, zal Tel Aviv de hoofdstad worden van de nieuwe Joodse staat. De vroeger Duitse tempelieren kolonie, in de laatste oorlog een berucht centrum van nazi-spionnage in het Midden-Oosten, is aangekocht als regeringscentrum. Ook de politieke partijen en alle andere instanties hebben hun hoofdbureaux in Tel Aviv, zodat dus voortdurend de penningmeesters van de verschillende nederzettingen hier heen moeten reizen met een van de busondernemingen die het verkeer met ieder deel van het land onderhouden.
Het oudste deel van Tel Aviv vertoont nog de nadelen van een stad die als dorp bedoeld was en stad geworden is. Te nauwe straten en te weinig gelegenheid om de wind door „te laten spoelen”, waardoor vooral ’s zomers een broei-hitte onstaat. Maar ’t centrum toont de hand van een meester en de buitenwijken kunnen de vergelijking met de schoonste in de grote wereldsteden met glans doorstaan.
Ir. de Leeuw, een Hollands ingenieur, heeft een belangrijk aandeel gehad in de moderne stadsontwikkeling. Eliëzer Kaplan, de aanstaande minister van financiën, was toen wethouder van Tel Aviv. Zo stonden zij op een zonnige namiddag een twintig jaar geleden op een kale zandvlakte ver van het toenmalige Tel Aviv en besloten: „Hier moet een groot plein komen en zo moeten de straten lopen die er op uit zullen komen.”
Het plein is er gekomen en in de foto van de „Ki-
88