Voor ons staan nog andere auto’s en aan de weg, ja waarlijk, staan Engelse soldaten. Aan de andere kant van de weg ligt het kamp Latroen, waar Joodse politieke gevangenen zitten. Voor Nederlandse lezers moet ik duidelijk maken, dat politieke gevangenen in dit land niet degenen zijn, die de vijand van de geallieerden hebben geholpen, maar integendeel zij, die in de oorlog aan de kant van de geallieerden stonden en alleen maar de fout maakten, dat zij meenden na de oorlog de strijd voor het gemeenschappelijke ideaal te mogen voortzetten.
De Engelsen staan dus aan de weg en aangezien het Engelsen zijn, beschikken zij wel over pantserwagens. Zij zijn er niet om ons te beschermen. Zij gelasten ons de bussen te verlaten en ons aan de kant op te stellen. Het is duidelijk, zij zoeken naar wapens. Het is onmogelijk, om U een beeld te geven van de bedrijvigheid, die er bij ons heerst vóór wij uitstappen. Er zijn kinderen in de bus en wij moeten zorgen, dat niemand iets verraadt van de wapens, die wij wellicht straks nodig hebben. In een minimum van tijd en met de hulp van alle passagiers wordt de zaak weggeborgen. Dan stappen wij uit en steken een sigaret op om de spanning te verbergen, wanneer de Engelsen de bus binnengaan en onze wapens... niet vinden. Het kan zijn, dat zij ze niet willen vinden. Het zoeken op zich zelf, het zoeken naar wapens bij de eventuele slachtoffers van een gewapende overval is een ergelijke belediging. Het is de openlijke hulp aan onze vijand. Dat zeg ik ook tegen de Engelse luitenant en hij heeft er geen bezwaar tegen, dat ik het schrijf. Waarom zou hij ook?
Het oponthoud duurt lang. Aan de andere kant staat
S2