BETEKENIS VAN IN DIT BOEK
VOORKOMEND E
VREEMDE UITDRUKKINGEN
Chanoeka
Lichtenfeest. Valt gewoonlijk in december. Herdenking van de overwinning der Macca-beeën
Raw
Opperrabbijn
Goj
letterl.: volk. In spraakgebruik: Christen, niet-jood
Sjabbes
Sabbat
Mamzer
Onecht kind
Asjmedei
Asmodee. Engel des Verderfs, Duivel
Neie Sjoel
Nieuwe Synagoge op het J. D. Meierplein
Bensjen
Zegenen
Sjneks
Hoogmoed, opgeblazenheid
Kosjer
Ritueel geoorloofd
Treife
Ritueel ongeoorloofd
Matze
Ongezuurd brood voor paasgebruik
Sores
Tegenspoed, zorgen
Sjammes
Koster
Talith
Gebedsdoek, gewoonlijk wit met zwarte strepen
Sjabbes nimmer
Nooit. (Verg. St. Juttemis)
Gein heeft ze
Komiek is ze
Mesjogge
Gek
Te sappel maken
Zich druk maken, inspannen
Sjoel
Gebouw voor Eredienst. Synagoge
Barmitswo
Kerkelijke meerderjarigheid
Gazzan
Voorzanger
Perouges
Voorhang voor de Arke waarin zich de thorarollen bevinden
Parsje
Onderdeel van de wekelijkse afdeling der thora
Lajenen
Voordragen
Choppe
Huwelijksvoltrekking
Kesoewe
Huwelij ksdocument
Almemmor
Arabische term. Hebreeuws: Bima. Verhoging in de synagoge waar een gedeelte van de dienst zich voltrekt
Mitswe
letterlijk: Gebod. Overdrachtelijk: Rituele handeling door leken bij de godsdienstoefening
253