jubileum een zilveren schuifpotlood had aangeboden, was het niet bij hem opgekomen, dat een gouden dito zijn prestige bij het lagere personeel secuurder zou hebben versterkt. Hij had zich zoo welgemeend dankbaar betoond, dat Dufay senior dien avond in bed bij zijn vrouw, een verhandeling opzette over het genoegen dat een goede daad den mensch bereiden kan, waarbij de oude heer minder dacht aan het zilveren potlood dan aan zijn eigen gelukkigen inval, die indertijd het bebloede en schreiende kruiers-Pietje tot modelbe-diende voor Dufay & Zoon had omgeschapen.
Toen mijnheer van Dogteren tot procuratiehouder werd verheven, was hij dertig jaar, gezond, nog steeds vlijtig en degelijk en daarbij ongehuwd. Hij beheerschte nu de geheele inwendige organisatie van het makelaarskantoor Dufay & Zoon. Hij kende Duitsch, Engelsch en Spaansch in de juiste hoeveelheid, zoodat zijn correspondentie vrij bleef van elke stijluitbundigheid. Hij was doorkneed in de techniek van het dubbel-boekhouden. Hij kende de telefoonnummers van alle importeurs en makelaars en groothandelaars in koffie uit het hoofd, benevens die van de veemen, en had zonder hapering de prijzen van Santos, Robusta en zelfs Probolingo over de laatste jaren kunnen opnoemen, als men de moeite had willen nemen hem 's nachts daarvoor wakker te schudden. Daarenboven kon hij alle vijftien a twintig kwinkslagen van Dufay senior nog altijd met een glimlach doorstaan.
Hij was gelukkig en glimlachte tegen zijn bestaan, hij had de grootste expansie van zijn wezen bereikt. Zijn degelijke vlijtigheid had de zeepbel van zijn leven op
99