Achter hem lag een verwarde massa van gebeurtenissen, die hij wel eens had beleefd. Maar voor hem uit lag een rechte, scherpe, oneindig beteekenisvolle lijn.
Juist, nu moest hij denken, hierbij vader. Hij had het denken uitgesteld, twee dagen lang, in den trein, had hij het steeds weer uitgesteld, -— maar nu moest er worden gedacht.
Zijn oogen hechtten zich aan de stijfgeplooide witte strook van het doodskussen, zijn gedisciplineerde hersens van ouder juridisch student gingen feiten verzamelen en stalden ze voor zich uit.
Een failliet? •—■
Juist. Als het dat was, behoorde eerst de financieele toestand te worden onderzocht, of het failliet nog kon worden ontgaan, of er een schikking mogelijk was met de crediteuren, «—- oom de Laer zou misschien helpen nu vader er niet meer was om opnieuw den boel te vergokken.
Ja, de gok, dat moest het zijn geweest.
Zijn hersens werkten scherp en helder.,,Morgen moet ik oom de Laer schrijven en met den boekhouder spreken, ze moeten maar helpen.”
Er moest worden gehandeld, zelf zou hij handelen en ingrijpen, een bijeenkomst van crediteuren voorbereiden.
Zijn oogen zagen omhoog, boven de kist vonden ze onder het zwarte floers de lichtkern van een gloeilamp. Starende in het schijfje gedempt licht zag hij wat moest gaan gebeuren in die crediteurenvergadering, hij hoorde zich spreken, hij voelde zich gebaren.
Opeens greep een kille angstkneep in zijn hart. Hij zag
87