voor het Staatsexamen en de nachtmerrie van die vervelende oude Romeinen. Maar er behoorde toch meer hierbij, hij voelde het, ook aan haar; haar heup raakte zijn heup als ze gearmd samen wandelden. Bob Geertse-ma had al een vast meisje toen hij in de vierde klas van de H.B.S. zat.
Nu was er weer een tram voorgereden waarin Fran-cientje hem niet vond, hij kon zien hoe haar mondje trok. Waarom stond hij eigenlijk hier in de verte naar haar te kijken?
Hij stapte in het licht voor den ingang van het huisje en zag hoe de wangen van Francientje rood werden onder het blauwe hoedje; toen kwam ze naar buiten.
Het was nu wel heelemaal donker, er scheen ook geen maan. Ze stapten terzijde, en naast het huisje nam Francientje zijn arm. Het was grappig, dat ze zelf zijn arm nam, dat had ze nog nooit gedaan, maar ze had zeker al lang staan wachten.
Hij keek langs haar neer en gaf haar zachten ronden arm een klein drukje; toen keek ze omhoog en lachte. Haar mondje was half open, zijn lippen moesten het sluiten, en opeens was al de warme zachtheid die hij kende van vorige avonden, weer om hem heen.
Zijn mond liet haar mond los, maar de zachtheid bleef. Uit die warmte en die zachtheid keken ze samen de straat in naar de huizen die veraf stonden, de straatlantarens rekten hun lichtlijnen wel ergens heen, -—-maar dat was de stadsdrukte, —- hun oogen lieten de straat en de lantarens los.
Zoo stonden ze en zeiden niets. In den arm van den jongen man lag de arm van het meisje, dat willig wacht
80