was blij of ze den heelen dag in de zon had geluierd.
Maar natuurlijk was ze dan blij. Omdat ze bij hem kon zijn.
Hij keek omhoog en zag dat nu de avond was gevallen. De lucht was leeggebrand en het duister zakte al over de geveltoppen. Hij ging haastiger loopen, nu waren het nog maar een paar stappen, toen stond hij voor den glazen zijwand van het tramhuisje. Daarbinnen stond Francientje, maar ze zag hem nog niet, ze keek oplettend naar de trams die voor het huisje stopten, of hij niet zou uitstappen.
Hij kon Francientje goed bekijken zoo, ze was werkelijk lief, «— een schat van een meid zou vader zeggen, maar waarom dacht hij nu aan vader? Francientje was een meisje, een alleraardigst meisje. Van haar bruine krullen kon hij niet veel zien, door het hoedje, maar het rose tipje van haar oor kwam net onder het hoedje uit.
De fluweelen zachtheid van dat oortipje hervoelde zich op zijn lippen, die het hadden gekust. Toen zag hij haar zachte ronde schoudertjes, die kende hij ook, als hij zijn arm om haar heenlegde, paste de ronding van haar schouder met het dunne zijden blousje net in de holte van zijn hand.
Hij stond voor den glazen wand te kijken naar het meisje, naar al de warme zachte rondingen van haar buigzaam lijf, dat nu stil en gespannen stond te wachten of hij nog niet kwam.
Hoe moest dit verder gaan? Hij en zij, het was tot dusver heel gezellig geweest om te wandelen en zoo'n beetje verliefd te doen samen, het was vooral zoo'n heerlijke rust geweest na al dat ploeteren en blokken
79