groen blad en geurende witte oranjebloesem; de witte kuipen zijn gerangschikt om het rondpoint. Men kan in Schönbrunn veel langer blijven loo-pen dan in den Belvederegarten, men kan er kleine beschaduwde zigzagwegjes opgaan naar de Gloriette en afdalen tusschen hooge boomgroepen die op een woud lijken, men kan er zelfs dwalen en leunen op een arm wanneer de weg moeilijk wordt, Franz heeft stevige armen. Franz is wel lief, zijn haar ruikt naar lavendelwater en sigaretten, het is vreemd dat hij er niet meer is, waarom mag men de menschen niet een beetje roulette laten spelen als ze het toch zelf willen? Franz is vaak heel gewoon en vriendelijk, hij geeft wel eens geld voor de huur of voor kleeren en hij zoent niet ruw.
Schönbrunn is te ver, daarheen kan men niet loopen maar het is jammer dat hier in den Belvederegarten geen oranjeboompjes staan. Oranjebloesems zijn voor de dooden maar bruiden dragen mirtebloesem, en om de landauers waarin de kleine confirmanten rijden, hangen slingers van witte tulle en mirtenguirlanden.
O de paden van den Belvederegarten loopen moeilijk, al stijgen ze niet. Louise heeft het opgegeven om te tellen, de heliotropen en de begonias in de bloemranden te tellen. Ze telt niet meer, ze denkt niet meer, ze kan alleen nog maar zien en loopen. Loopen op moede heete voeten in nauwe dansschoentjes en zien: oranjebloesem en de twee handen van Franz aan den deurstijl en het booze gezicht van den Hausmeister en dan een witte kring op den huisdeur van het flatje die daar altijd is geweest, al een jaar lang. Zien, allerlei dingen die er
154