legt hij twee moede armen en een kaal hoofd. Kijk er maar niet naar. Van Dogteren snikt zachtjes in zich zelf, gewoon, zooals ieder verdwaald kind.
Natuurlijk is Mevrouw Van Dogteren niet naar een zolderkamertje verhuisd. In gezeten Amsterdamsche families bestaat nog saamhoorigheidsgevoel. Ook is een deel van haar vermogen behouden gebleven. Ze bewoont een lief flatje met centrale verwarming en warmwatervoorziening, waar een heel geschikt kabinetje is gereserveerd voor mijnheer, die toch niet den heelen dag in de suite kan zitten. Henri Pierre zal kunnen afstudeeren en Annemarietje gaat zich verloven met den jongen Wedelingh.
De jonge Wedelingh is zoon van gefortuneerde ouders, maar Annemarietje brengt haar allerliefst figuurtje en charmante maniertjes mee ten huwelijk. De oude heer Wedelingh is wat trotsch op zijn aanstaand schoondochtertje. Hij belooft een grandioze receptie bij Zomerdijk Bussink wanneer ze aanteekent.
Zóóveel bloemen en zóóveel bezoek! Mevrouw Van Dogteren staat statig als in haar meest hoogstaanden tijd. Zoo keert alles zich ten goede, ze is alweer aangezocht door het Crisis-Comité. Mijnheer Van Dogteren is zwijgend aanwezig, ja, want aanwezig moet de vader van de bruid toch zijn. Port is uit de mode, Van Dogteren drinkt echter ook Voorburgjes. Mevrouw wil niet ingrijpen, maar fronst haar wenkbrauwen, de dokter heeft hem toch zoo gewaarschuwd: ,,geen alcohol”. Een zware verkalking is geen grapje.
De oude heer Wedelingh noodigt na afloop beide fa
131