met de Eerste Oorzaak van zijn zakenbestaan, leek dit de natuurlijke orde der dingen, maar langzamerhand begon Van Dogteren zich rekenschap te geven dat hem tekort werd gedaan. Voor het eerst in zijn kantoorleven hadden de gebeurtenissen hun kalme, tegemoetkomende handelwijze opgegeven en staakten stug hunne medewerking. Dagelijks verwachtte hij en het geheele personeel met hem, dat hij zou worden opgeroepen tot de even gewichtige als noodzakelijke bespreking, en iederen middag opnieuw verdween de oude heer Dufay naar zijn bovenverdieping met een saluut van zijn opgestoken hand, zonder dat men iets verder was.
Nu moet niemand denken dat Van Dogteren een intrigant was. Wel maakte de correspondent een desbetreffende onaangename opmerking tegen den boekhouder, toen bleek dat de procuratiehouder een mand bloemen had geoffreerd aan de oudste juffrouw Dufay ter gelegenheid van haar benoeming tot lid van het Armbestuur, maar er is geen enkele reden om te veronderstellen dat Van Dogteren zich bewust was van een onzuiver motief tot deze inderdaad ietwat extravagante daad. Hij voelde zich sinds den dood van den zoon en broeder nu eenmaal in nauwer gevoelscontact met het gezin van hem, die tot dusver slechts zijn be-staanspromotor was geweest. Hij hielp den ouden heer in zijn overjas en had met de dochter nieuwe matten en loopers voor de benedengang uitgezocht, wien kan het verwonderen dat hij deelnam in de vreugde om de eer die de ijverige philantrope te beurt viel? En was het soms een intrige van zijn kant, dat mejuffrouw Dufay,
Het O ogenblik 8
113