En toch leefden wij

Titel
En toch leefden wij

Jaar
2015

Pagina's
235



helemaal leeg was. ” Zus, ik wist het ook al. Dat was het geval dat ik bedoelde toen we hoorden van de invasie. Dit even angstig in elkaar duiken voor de grote zware gevolgen. Dit van vadertje heeft me weer de hele dag doen denken, maar op een opbouwende wijze, Zus, weetje wat ik dacht? Als Jo niet meer terugkomt dan zijn wij tweeën degenen, die voor Ag. en de kinderen méé moeten zorgen, want dan zien we onze twee (moeder en Eva) ook niet terug. Dan moeten we al onze liefde, onze kracht en energie aan hen wijden. Dat stond plotseling zo vast voor me als nog nooit. Het is alsof er nu een zware verantwoording op ons rust. Want al zijn er duizenden vrienden, je weet hoe het bij ons zou zijn. Hetzelfde wat we aan Mutti nu verplicht zijn, geldt op het ogenblik voor Ag. Want behalve Geert en ons zijn er toch niet veel echt naasten voor haar. Zolang Jo er niet is moeten wij haar steunen en daarin alleen ligt al zo een onmenselijk grote opgave, zo vanzelfsprekend omdat we nu een klein beetje mogen vergoeden van hetgeen ze door ons heeft moeten missen. (...) Eenzaam ben ik ook niet meer sinds de dag dat Ag. hier was. Wel alleen vaak omdat ik wil praten met anderen. Maar diep in me is toch steeds de zekerheid dat er geen eenzaamheid bestaat, daarvoor is het heelal te groot. (...) Ze zijn zo schattig voor me. Gisteravond kwamen er even een paar tranen, omdat ik voelde hoe ontredderd Ag. was. De hufter keek aldoor zo naar mij. Je moet zoveel mogelijk ix in de week alles bij elkaar opsturen, het wordt anders zo lastig voor hem. Nu staat Roos in de keuken chocoladepudding voor mij te maken dat ik tegen jou op kan scheppen dat ik die ook heb gegeten. En bloemen heeft ze gekocht vanmiddag, dat heeft Folkert natuurlijk verklapt.

Ze is er zo in. Het liefst zou ik mijn armen om haar heen slaan en haar afzoenen, zo echt van binnen uit. Ik weet haast zeker dat ze het in haar hart fijn zou vinden, maar ik durf het niet. Laatst ’s avonds lag ik al op bed en toen kwam er visite en ze had gevraagd of ik koffie wilde en ik had neen gezegd, maar ze kwam aankloppen met twee wafels met boter en suiker, waarop ik direct impulsief zei: “Wat schattig van je” en zij blij, verlegen: “Ik vind het zo akelig wanneer wij iets eten en jij niet. ” (Nu net komt ze binnen met de pan “hier de pan is voor de kinders ik heb er al een beetje van gelikt. ”) O, zus, zalig gewoon. Van echte maizena, die ze voor een speciale gelegenheid had bewaard. Afschuwelijk lekker. Ze is honing na ons gesprek. Als omgedraaid. Zus, je

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.