mogelijk conflicten met mezelf te verwerken. Vanavond gooide hij een locomotief met een getand wieltje naar me, het doet nog pijn, is helemaal open aan mijn been, maar het gevoel dat ie het deed was veel erger. En toen kon ik me niet beheersen en kreeg ie een klap. De eerste. Hij huilde vreselijk, maar heel kort, want hij snapte direct, dat het zijn eigen schuld was en later wilde hij aldoor mijn been zien en huilde hij haast van medelijden. Weet je, wat ik aan hem zo verafschuw, wat Roos zelf altijd zegt, zijn liefde, zijn aanhalig doen is nooit zonder bijbedoeling. Ook bij haar niet. Dat weet ze zelf maar al te goed. Daarom moetje wel erg sterk zijn, wil je tegenover dit kind het been stijf houden.
En dan ben ik nog altijd doodop van het werk, zodat ik echt niet weet wat met hem te beginnen. En heb ik het juiste gevonden dan knal net een verkeerd woord van Pap en het is weer mis. Niet expres want hij vindt het ook erg, dat ie zo lastig is. Folkert geeft om hem geloof ik nog minder dan om mij, want zo klein als hij is voelt hij dat Paps liefde niets beschermends voor hem heeft en dat zoekt hij. Toen ik vanmiddag zei, dat ik maar naar jou toe zou gaan, omdat jij tenminste van me hield, blèrde hij vreselijk, ik mocht hem niet alleen laten zolang Mama er niet was. Je moet niet denken dat hij niet naar me luistert, want al zegt hij 10 keer neen, hij doet het altijd. Hij is erg verwend en alles is bij hem alleen om aandacht te trekken, je bezig te houden. Hoe goed hem dat bij mij lukt weet hij waarschijnlijk niet eens. Maar ja, ik moet toch volhouden, al is het een zenuwtoestand, wat Rudolf niet zou begrijpen omdat hij er alleen onder het eten is. En dan wordt hij nog vaak ongeduldig.
Vele maanden later onder geheel andere omstandigheden -Folkert was nu allerminst op mij aangewezen - gaf hij nog eens stilletjes, maar niet minder voelbaar, uitdrukking aan zijn gevoelens jegens mij. Tengevolge van mijn tijdens het onderduiken ingrijpend gegroeide omvang beschikte ik nog maar over één ‘nette’ blouse. Terra van kleur, zacht van stof, een soort namaakfluweel, en leuk van model droeg ik haar bij elke bijzondere gelegenheid. De gelegenheid zelf is mij ontschoten, maar niet de ontzetting toen ik de blouse aan wilde doen en ontdekte dat de linkermouw over de hele lengte als het ware was aangevreten alsof een hongerig knaagdier er zijn scherpe snijtanden in had gezet. Mijn enige overgebleven pronk-kle-