ik niet ongerust. Weetje het komt misschien ook omdat ik me zo weinig aantrek van het gevaar van bommen. Dat snappen ze hier allemaal niet. Als de dood voor hun hachje. Neen, zo gek krijg je me niet. In elk geval niet van te voren. Misschien als het een keer zo ver is, hoewel ik dat niet geloof. Ik val hier in slaap, tot vanavond dan maar. - Nou zit ik in onze gemakkelijke stoel een sigaret van Ag. te roken om half acht, terwijl er nog 18paar kousen van hen liggen en van mij ik weet niet wat. Maar als ik eerst ga stoppen dan komt er weer niks van, ben ik te moe om te schrijven. Aan jou en aan Bep, Len, Rietezus, Hetty, Nel en aan Roos wil ik eigenlijk ook nog pennen. Ik zit tegenwoordig de hele avond alleen, terwijl ik overdag ook alleen het lastige gedraai van Folkert en het gekrijs van Erik om me heen heb. En als ik dan op tijd naar bed wil om niet al te kort te slapen, verschijnt mijnheer en voel ik dat hij ook even wil praten, al is het alleen maar over de overlast van de klanten. Nou dan kan ik het niet over mijn hart verkrijgen hem altijd te laten stikken en geef ik mijn zo zuinig uitgemeten tijd aan die onzin. Maar zo gaat het, zus, per slot van rekening moeten we toch altijd weer zwichten voor het levende mens zijn en mogen het stoffelijke niet te belangrijk achten. Dus scheid ik nu elke middag om 4 uur op zijn laatst uit met werken om met Folkert er op uit te trekken. Wat dat kind me doet dat zeg ik alleen aan jou. Weetje dat ik uren achter elkaar echt ongelukkig ben, omdat ik voel, dat ik hier geheel en al er naast grijp. Hij (Rudolf) verwijt het me niet, maar hij zei laatst, het kind komt toch veel te kort nu R. er niet is. (Folkert als enige in de familie blond en blauwogig leek uiterlijk op Roos’ moeder. Hij was en bleef de oogappel van zijn moeder). Terwijl hij werkelijk de hele dag bij me mag komen en ik steeds inga op zijn verhalen. Maar weetje, wat het is. Het kind voelt dat ik hem niet neem zoals Roos, die alles van hem slikt. Zie je dat kan ik niet al weet ik voor 100% dat het veel makkelijker zou zijn. Maar om ter wille van de uiterlijke vrede het kind zijn gang te laten gaan, dat stuit me gewoon tegen de borst. En dan heb ik zo een diep verdriet als ik een hele Zondag aan hem gewijd heb, niet heb uitgeslapen, geen minuut iets voor mezelf heb kunnen doen, als ik dan moet horen: “Als Mama komt moet Els weggaan. Mama moet gauw komen en Els gauw weggaan. ” Jij begrijpt hoe zoiets je ontmoedigt. Hij is zo ontzettend lastig, laat me geen minuut rustig mijn gang gaan en geeft me zoveel