dan ben ik 8 weken alleen. ” “Neen, ” zei zij “Erik is er toch. ”Hij “Moet ik die ook nog verzorgen?”Zij “Maar Els is er toch!”Hij verbaasd “Oh, ik dacht dat die ook meeging. ”Zij: “Ja maar toch maar een week, dat kan toch niet zo lang voor die mensen. ”Ze krijgen er vast nog ruzie om, ik vind het heerlijk als ik hier twee maanden zonder drukke Roos en kinderen met mijn kleine baby kan zijn. Misschien mag Rietje (Vis) dan een paar dagen komen. Heerlijk zou dat zijn. Of jij, dat vinden ze uitstekend. Zus, ik had je nog zo veel te vertellen. Erik trok zich eergisteren op mijn schoot aan mijn handen op tot staan, zij moest het natuurlijk ook direct proberen. Vanmiddag lekker met hem gespeeld.
Ze keek, ik zag het. Hij is toch zo een lekkere knuffel. Ik ben dol op hem. (Erik zei “Es” vóór hij mama zei). Op de anderen trouwens ook. Ze praten vaak over jou. Vooral Folkert. We lachen ons dood om hem. Hij heeft nu van papa een bankschroef gekregen, heel klein. Dat is toch zo lollig. Hij zegt de gekste dingen. (Het onvergetelijke summum is voor mij, opgegroeid tussen twee zussen, gebleven toen hij op een ochtend in krijserige paniek van de wc gilde: “Els, Els kom gauw, gauw, ik kan mijn plas-sertje niet vinden.”)
Marijke is vreselijk verwend. Krijgt van Ma veel te gauw haar zin en wordt vast een veeleisende jongedame. (Dat is ze beslist niet geworden, integendeel. Wel is ze al jong het huis uit en haar eigen weg gegaan, wat ik zeer heb bewonderd).
Ik heb aan Henk en Sien geschreven met Pasen (onze loodgieter in Amsterdam bij wie we geld en enige waardevolle dingen hadden achtergelaten om pakjes naar Vught en Westerbork te kunnen sturen) en morgen ga ik met bloemen naar Frans, natuurlijk alles uit ons beider naam. Maandag was Rudolfs jongste zus jarig. Zij beiden er naar toe en ik vroeg naar bed. De volgende ochtend was er voor ons ieder een stuk tarwekoek en een koekje, aardig hè. Voor mij ook. In zijnfamilie zijn ze allemaal even lief voor me. Vooral Wim. Als hij er is ben ik altijd 10 graden vrolij-ker. Over het algemeen gaat het slecht van de week. Ik maak me aldoor maar ongerust en haal me de gekste dingen in het hoofd.
(...)
De kinderen van boven zijn hier de hele dag en eergisteren ben ik voor ze allemaal op mijn hoofd gaan staan en heb hun geleerd te duikelen. Tini, de oudste van 9, heeft me gisteren geholpen de kamer dweilen en ’s middags wees ze mij het postkantoortje. We