Weer wat in mijn dromen leven, voor zijn huis een beetje beven. Daarna, liefst blij en welgemoed, in het donker naar huis te voet.
*36
Brief van de appelkeunich uit het vrijwilligerskamp, najaar 1944:Beste Vriendin of Els,
Omdat ik straf heb zal ik U een briefje schrijfen ik mag helemaal niet schrijven als ze er mij bij snappen dan ben ik er bij. Ik ben goed gezond en hopende dat van U liefste. Wij hebben Woensdagmorgen velddienst gehad en Woensdagavond zijn wij om 14 twaalf met de auto’s weggebracht 3 kwartier lang, en moesten we toen maar zien dat we in de kazerne kwamen. We hadden 10 uur Donderdagmorgen Appel. Donderdagmorgen was ik om 7 uur in de kazerne - Om tien uur Donderdags hadden we een marsje van 22 km naar... (onleesbaar, evenals de volgende twee regels) ik droom nog wel eens van U ja Hoor, ik kom Zondag niet want ik moe geloof ik op wacht en ook kamerwacht, als je een brief heb stuur hem maar hierheen en 2 enveloppen er om doen als ik de eerste erom weg doe dat de andere erom blijft en zo weggestuurd kan worden.
Nu de rest vertel ik wel
Groeten, HJKS ik.... van jou als... niet vandaag dan.... ik niet
dus .......van jou
ook..........Hoor.