goede karaktertrekken, kinderen die er, al zeg ik dat dan zelf als moeder, best mogen zijn, meisjes die al goed begrepen waar het om ging, die jong leerden elke vorm van egoïsme uit hun leven te bannen, die dapper en lief dit leed dragen, want verdriet hebben ze af en toe toch en er vergaat geen dag of vader wordt genoemd. Nooit zal Jo’s leven vergeefsch geweest zijn. Nooit zal ik in m’n leven zo’n warme kameraad weervinden. Denk nu niet dat ik niet geloof in z’n ‘Heimkunft. ’ Meer dan ooit. Ben zelfs heel, heel optimistisch gestemd, nadat ik 14 dagen geleden weer twee brieven kreeg, de laatste gedateerd 10 september Ik schrijf hem voor je over, zodat je zelf vadertjes woorden en gedachten kan lezen. Altijd nog dapper en vol goede moed. 25 november was een rare dag. We beleefden alles opnieuw en ik denk nu terwijl ik je schrijf hoe ik verleden jaar om deze tijd in de petoet zat. Ook vijf dagen die ik m’n leven lang niet vergeet. En altijd in m’n gedachten Jo’s lachende snoet toen ie voor heel lang afscheid van me nam. De dagelijksche arbeid vraagt momenteel zoveel van onze geest en handen dat ik bijna geen tijd heb om aan hem te denken. Maar zoals nu, nu ik over hem schrijf, knijpt mijn hart ineen en moet ik haastig slikken. (...)
Kindje, nu nog veel lieve groetjes van m’n kinderen. Van m’n kleine jongetje, m’n trots, gek ben ik van dat kind, Els. Trouwens Ro is ook dol op hem. Als om + 7 uur de deur achter opengaat zegt ie in zijn taaltje: daar komt Roberta. Je moet hem dat eens horen zeggen. Schattig. Met Ri speelt hij en fietst hij en Ri is ook dol op hem. Wij hebben een fijn ploegje thuis en het maakt ons leven heel wat lichter. Hoe we het hier leven. Bij ons nog goed, we hebben voorraad dank zij Geert en m’n vrienden die me niet laten zitten. Hoe het rondom ons is, kindje, over al dat leed wat in de stad geleden wordt wil ik niet praten, dat is te erg. Slaap lekker, groei lekker en auf Wiedersehn Mieke,
Je Agaath *35
Lhee-Dwingeloo, winter 1944 Voor mijn zussie,