En toch leefden wij

Titel
En toch leefden wij

Jaar
2015

Pagina's
235



huisje in een bosch, één van m’n liefste dromen. Misschien zou het me vreselijk tegenvallen. Je kunt er nu niet over oordelen, omdat jij er onder zeer bijzondere en niet zo heel prettige omstandigheden bent. Maar toch, Els, er moet iets leuks, iets romanties in zitten. Vertel me daarover eens wat. Zo midden tusschen de boeren en burgers uit die streek. Het leven is daar zo heel anders, niet?De grote stad heeft zeker z’n grote aantrekkingskracht en zal van grotere betekenis zijn voor onze opvoeding, tot op zekere hoogte dan altijd, maar het zal je toch achteraf nooit spijten datje daar ook bent geweest, meiske, dat weet ik heel zeker. Later besef je pas welke waarde een zekere periode in je leven had. (En dat is maar al te waar gebleken).

We hebben weer contact samen, al schrijven we elkaar niet zo dikwijls. Komt er een brief van je dan wordt het blij van binnen bij me en waar ik ook mee bezig ben, ik moet dat gekrabbel eerst lezen. Er staat altijd iets in je brieven, je beleeft zoveel intens. Dat stemt me altijd goed. Men mag in het leven niet zo over de dingen heen glijden. Dat is het wat je zo bitter stemt tegen de Ruro.

Eerst een tafreeltje uit de kamer, de carbidlamp met lekker helder licht midden op tafel, Rita en Else in een boek, Roberta met jouw brief, die vanmiddag kwam. Ik moet eens met haar praten, maar het is hier altijd zo bedrijvig, tot een rustig gesprek kom je nooit. Ze is nu net weer weg, een kwartiertje waren we samen en kwamen we even tot kletsen.

Ook met jou moet ik praten. Je brieven zijn nog altijd van jezelf, een enkele keer uitgezonderd, als je moe bent of de Sehnsucht te sterk wordt. Wat me hindert is datje manier van je uitdrukken terugloopt. Een goed opgevoed meisje praat niet over ‘schijten’ en ‘rotzooi’ enz. Zouden ze dat bij je thuis gedaan hebben, Mie-ke, wees eens eerlijk. Je moet jezelf boven deze dingen stellen, ze je niet zo eigen maken, want het is heel moeilijk later er van los te komen en één of ander moment schaam je je ervoor. Schlusz dus wat dat betreft, vrouwke. Misschien voel je je gepiqueerd en denkt bij jezelf wat gaat jou dat aan. Dat zou ik jammer vinden. (Geen moment dacht ik zo, integendeel. Ik bewonderde, bewónder nog, de warme toon waarop ze mij tot de orde riep. En . . . ik schaamde me een beetje). Als Jo niet weerkomt, op hoeveel schoons kan ik terugzien van diepe vriendschap tusschen hem en mij, met als resultaat drie blonde schatten met mee zijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.