Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan.
Dat valt niet weg te dromen, daar moet je je doorheen slaan. Wat weten wij in deze dagen, hoe alles nog zal draaien.
Wat de vrede zal vertragen, hoeveel ellende men zal zaaien.
Ik heb eens in een boek gelezen, dat ook in gewone tijd je met je hele wezen moet uiten iedere dankbaarheid.
Omdat het wel eens blijkt te laat, geen woord meer kan voldoen, dan weetje met jezelf geen raad en denkt waarom niet toen.
Daarom wil ik het je nu zeggen hoe innig dankbaar ik je ben.
Ik kan het niet in woorden leggen de blijheid ook dat ik je ken.
Gelukkig dat we in de buurt nu het huisje hebben gehuurd, zodat we misschien de vrede met zijn allen maken mede.
Het is mijn liefste wens dan als een ander mens nog eens een hele poos zo hier te komen met zus Ro.