De Amerikanen drongen Parijs binnen op 25 augustus 1944, de Engelsen Brussel op 3 september en Antwerpen op 4 september 1944.
‘Men bedenke, dat Westerbork ook zijn ‘Dolle Dinsdag’ beleefde (5 september 1944) en wel, doordat nu horden NSB-ers uit het zuiden en westen des lands het kamp binnentrokken, oververmoeid, ongelukkig, bepakt... Zij moesten zich ook aan de registratie onderwerpen, maar weigerden dit te laten doen door de daarin geoefende Joden; toen zij dat zelf in orde gingen maken, liep alles in het honderd. Hun neerslachtigheid verried zich daarin, dat velen bij aankomst hun partij speldjes vertrapten en zeiden: ‘Waren we er maar nooit aan begonnen.’Bitter beklaagden zij zich over het gebrek aan kameraadschap in deze tegenspoed. Een groot deel hunner had luizen, hetgeen krachtig ingrijpen van de Joodse medici in het kamp vereiste. ’
Uit: Presser, ‘Ondergang’ deel II, p. 305.
*32
Aan Griet Keizer
Van de koestal naar de Wigwam
Griet, dit is privé helemaal alleen voor jou.
Het valt niet mee om weg te gaan nou.
Ik was graag nog wat gebleven, want ik voelde me thuis hier. Jullie hebt me meer gegeven dan een paar weken plezier.