knippen. Ik naar de kapper. Stampvol. Ik moest voor knippen maar bij de herenkapper, d’r echtgenoot, waar ik niet mocht zitten, wachten, want dat stond zo gek als er heren kwamen. Afijn ik wacht een hele tijd en eindelijk aan de beurt. Wou het laten knippen tot onder mijn oren, in geen geval verder. Nou dat zwijn knipt, ik kijk en het is héél, héél kort, maar nog slechts 2 cm geknipt. Ik zeg laconiek “dat is veel te kort, ” hij “Uzei tot onder uw oren. ” Ik “niks aan te doen, knipt u maar verder. ” Klaar, zet ik mijn bril op en lach, lach me dood. Een heel dik opgeblazen snoet met een paar korte piekharen en een speknek. Ik was van achteren geschoren, voelde me zo kaal als een luis en dood-, doodongelukkig. Holde naar huis om Roos mijn leed te vertellen. Zij was er niet, alleen Ru, die op mijn jammerkreet slechts zijn schouders ophaalde en laconiek beweerde dat ik er stukken jonger uitzag. Ik durfde niet meer in de spiegel te kijken, mijn stemming was io° onder nul, ze troostten me wel, Roos en haar moeder, maar ik voelde dat de kinderen zelfs iets vreemds aan me vonden. Toen de bijenkoning (Henk) kwam kreeg ik natuurlijk heel hatelijke opmerkingen, Ru deed ook mee, dat doet ie altijd als Henk er is. Nou vooruit dan maar, nu zijn we er aan gewend en het staat me beslist niet slecht, maakt me inderdaad veel en veel jonger en gauw genoeg is dat stukje wel weer gegroeid. Maar ik was blij dat ik zo niet thuis had hoeven komen, dat was me wat geweest. (...) Donderdag was ik bij mijn juffrouw en toen verkletste ik mijn kostbare les en nog een uur erbij en toen ik wegging had ik een lekke band zodat ik in plaats van om 5.15 uur om 7.15 uur thuiskwam. Ik merkte direct dat ze blij waren, waren al ongerust geweest. Marijke vroeg heel kwaad waarom ik zo lang was weggebleven. De volgende ochtend vertelde Ro me dat Marijke toen niemand van hen erover had gesproken, aan tafel ineens vroeg: “Waar blijft Els nou? Is ze nou weggelopen? En ik vond d’r net zo lief.” Zus, je voelt hoe warm me dat maakte, want Marijke is geen kind dat gauw zoiets zegt en nog minder gauw je in d’r hart sluit. F. is wat dat betreft veel vlugger, maar ontzettend berekenend.
Weetje, dat ik aan Wim via Moeke een dienst had gevraagd? (In verband met het sturen van pakjes naar Bergen-Belsen, naar moeder en Eva). Nu heeft hij geschreven, om je dood te lachen natuurlijk. Dat ie na ons gesprek in januari niet had verwacht dat ik na 6 mnd. zou schrijven, dat ons daarom minder bond