En toch leefden wij

Titel
En toch leefden wij

Jaar
2015

Pagina's
235



Heb je er wel eens over nagedacht hoe diep daar de menselijke zwakheid in opgesloten ligt? Waarom führe mich nicht in Versuchung? Omdat ik niet de kracht heb om elke Versuchung te weerstaan. En toch is alles in het leven, alle strijd en alle liefde Versuchung. (...) Zusje, wat een woorden op zo een middag. Maar ik denk zoveel, ik hang zo met mijn hele ik (daar heb je het weer dat ik) aan het leven, aan zijn verzoekingen, zijn beproevingen, zijn strijd en zijn vreugde. Net zoals ik de donkerte van de nacht zonder leven niet zou kunnen missen kan ik zonder de verzoeking. (...) Ken je ‘De stille lach’ van Nico van Suchtelen?

Ik ben het nu aan het lezen en misschien, al ben ik pas begonnen, dat dit ook een stempel drukt op deze zinnen. Je moet het ook lezen. ‘Jij klein mensenkind’ heb ik net uit. Het bevalt mij heel erg. Daarin lees je ook hoe diep dit levensgevoel erin zit. En als de massa dit niet mee zou kunnen voelen, zou het nooit verkocht worden. En als ze het niet in hun eigen binnenste ook wisten konden ze het nooit meevoelen.

Het is ondertussen 3 uur, we hebben net gegeten, hoewel ik het eten al twee uur lang gaar had.

Toen ik nog maar een paar weken in huize Ruro was, zei Roos op een middag, ‘out of the blue,’ tegen me: “Ik ga Marijke nu van school halen en daarna een paar schoenen met haar kopen, die ze hard nodig heeft. Maak jij intussen het eten klaar.” Ik schrok me wild. Daar had ik nooit eerder alleen voorgestaan. Roos was de kookster, ik op zijn mooist helpende hand. Maar ze vertrok zonder één enkele aanwijzing. Later aan tafel - ik vatte het niet - geen enkel commentaar op ‘mijn’ eten. Van die dag af werd ik geacht het eten op eigen kracht te kunnen klaarmaken.

Er zijn zoveel gewone dingen gebeurd (zus, vóór ik het vergeet: het is “ik vind” zonder t) die ik je allemaal graag zou willen vertellen. Niet omdat ze zo belangrijk zijn, maar omdat ze tenslotte ook allemaal uitingen zijn van ons levensgevoel. (...)

Zus, je lacht je naar, wat denk je wat me verleden week is overkomen. Ik heb me eerst doodgelachen en toen bijna gehuild. Ik was bij mijn juffrouw (‘mijn’ juffrouw is de studente Duits, die me intussen regelmatig les gaf bij haar thuis, in een buurt bijna buiten de stad. Frans was op een dag aan haar adres gekomen). geweest en wou daarna, jouw wens gedachtig, mijn haar laten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.