dan een gewone kennismaking, dat hij dus niet genegen was zich mij te herinneren, maar dat zij (i.e. de groep ondergrond-sen waar hij zich bij had aangesloten) natuurlijk hielpen waar geholpen moest worden zonder aanprivézaken te denken etc. Je snapt wel.
Geliefde, ik scheid er mee uit, misschien tot vanavond.
Duizend, duizend zoenen, je Schnuppipuppi *27
Vervolg van mijn brief van 14 juli 1944:Ik schrijf nu ook even aan Ag., want Roos heeft een schattige jurk voor Rita, organdie met gaatjes. Van haar schoonzusje voor Marijke gekregen. Maar de jurk is te groot en ze vond het zonde haar te verknippen en peinsde aan wie ze haar kon geven. Ik dacht natuurlijk direct aan ons zusje en voelde dat ook zij aan haar dacht, maar ik wilde het niet het eerst zeggen. Natuurlijk vroeg ze toen ineens: “Zou het niet wat voor Rita zijn?" Ik gretig “Ja." Het is reuze aardig van haar, want Ag. heeft niet eens geschreven of ze die schoenen heeft gekregen of niet. Dat is toch wel een beetje raar, vind je niet? (...) Ik moest laatst zo lachen, schreef zo gek aan mijn juffrouw. Mijn laatste zin was “Nächste Wochefahren wir also zu unsern adeligen Kühen" omdat ze, toen ik haar van het idee afbracht dat we naar een hotel gingen, direct had geopperd bij het woord boer “Maar dan zeker een hereboer!" 2 pukken liggen op bed en ik was net bij Marijke om haar wel te rusten te zeggen en zei: “Je hebt me helemaal vergeten, Muis," boog me over haar heen om d’r een zoen te geven. Ze stootte mijn hoofd plagend weg en keek me lachend aan, maar toen ze mij droevig zag, zei ze teder: “Nou, kom dan maar," trok mijn hoofd omlaag en gaf me een zoen. Net brult Erik, hij was door zijn bed gezakt, van die houten plankjes naast elkaar en Marijke riep me, ze had al een paar keer gepoogd ze recht te leggen, maar dat lukt niet meer. Nu is ie kwaad dat ik weer weg ben. Laatst hapte ie van puur plezier in mijn mond. Marijke zei eens tegen me: “Els, moet jij nog kindertjes krijgen?" Ik “Ja, hoor!"Zij “Nou, je zal vast nog een heleboel