En toch leefden wij

Titel
En toch leefden wij

Jaar
2015

Pagina's
235



Vervolg van mijn brief aan Ruth:

’s Avonds op bed hebben wij nog tot 12.30 uur gepraat ofschoon ik doodmoe was. Rietje sliep in mijn bed en ik naast haar op de grond, net als jij toen. Ze zei zo treffende dingen over vader, over Marijke, sprak zo schattig over Mutti, die ze zo graag eens wilde zien, maar ze wist niet hoe ze haar aan moest spreken.

“Zie je, ” zei ze “ik weet als ik haar zie dan ben ik niet verlegen, neen verlegen ben ik eigenlijk nooit, maar dan is het alsof ik haar allang ken enje vader ook. Ik zou dan maar ‘mevrouw’ moeten zeggen. ” Ik verontwaardigd: “Ben je gek. ” Zij “Maar hoe dan?”Ik “Mutti.”Zij “Datkan toch niet. Weetje wat? ‘Oude zus’, dat zeiden jullie immers altijd. ” Vind je het niet enig? Ze is gek op Marijke. Ik had haar groene jurk Maandag aan en die jas en ze zei maar steeds: je praat net als Marijke, precies joh en dat vind ik zo fijn, nu is het net alsof Marijke er ook bij is. (Zelfs mijn moeder lukte het niet altijd om door de telefoon onze stemmen te onderscheiden). (...) Natuurlijk goot het Zondag pijpestelen, maar Rie wilde er toch uit en dus togen we samen naar Delft voor de Prinsenpoort, die dicht was. Toen weer terug en door het Zuiderpark voor de speeltuin, die ook dicht was. Dood, dood op ’s avonds. Moesje was niet meegekomen, want natuurlijk konden ze op het laatst Ruurd niet kwijt en werd het te laat. Ze is meteen met Else door naar Haarlem, Else naar haar zuster brengen en zijzelf naar Len, die jarig was. Maar ze zal gauw bij me komen, hoewel ik daar nog niet zo op reken. Maandag zijn we met zijn allen naar het Wassenaarse dierenpark geweest. Al om 10 uur van huis, de hele boel laten liggen.

’s Avonds Rie en ik nog door de stad om de laatste photo te halen en tot 7 uur te wachten (voor Rita’s terugreis), omdat het anders zo druk was. We slenterden door de Bijenkorf, Rie tracteerde op ijs met aardbeien, verrukkelijk gewoon, nog veel lekkerder dan met kersen. Wat denk je wie ineens voor mijn ogen opdoemde? De zielige zalige Pit in persona grata, onopgemaakt. Ik natuurlijk meteen een duw tegen het zusje en wij samen minstens 4 keer om haar heen gestapt om haar van alle kanten te begluren. (Die scène zie ik nog voor me). We stikten haast. (De

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.