zielige zalige Pit was mijn eerste mevrouw op mijn eerste onderduikadres, mijn kwelgeest, die ik na vijf dagen beproeving op eigen initiatief ben ontvlucht. Zie De Vuurdoop, het laatste hoofdstuk van mijn ‘Tagebuch’). Rietje wilde zo graag nog blijven, had helemaal geen zin naar huis te gaan, terwijl ik direct met haar had willen ruilen. Node namen wij afscheid, maar Ro heeft gezegd ze moest maar gauw terugkomen met Pinksteren of van de zomer. (...) *21
Vervolg brief aan Ruth van woensdagavond:Ik ben zo ontzettend druk weer bezig, erg gewoon. Voor Ruurtie heb ik van dat tafelzeil een bal gemaakt, met aan elke kant een stuk geel zeil, op de ene kant een visje genaaid, op de andere een jongetje RuuR zó dat zijn ogen, oren en neus Ruurd vormen, snap je? Hij is echt leuk, de bal en nogal groot ook voor zo’n prul. Het zijn 12 vijfdes aan elkaar genaaid. En nu heb ik gisteravond een kaboutertje van wol gemaakt, echt lollig, als cadeau van Marijke (Ruurd werd op 1 mei 1944 2 jaar). Vind je het goed zo, zus? Ro helpt zo lief en is nog veel enthousiaster dan ik bij elk deel dat afkomt. De wol is natuurlijk van haar. Wat heb ik weer een massa te vertellen. Belachelijk gewoon, terwijl ik toch nogal veel schrijf weet ik bij jou nooit van ophouden. Dan kan ik tenminste brabbelen zoals ik wil.
*22
Vervolg brief aan Ruth van woensdagavond:Ru plaagt me aldoor met mijn poeder en met de knecht van de melkboer, die Jan heet en die ik schattig vind. (...) Die bewuste poeder-morgen komt Jan, opgewekt als altijd “Dag juffrouw. ”Ik “Jan, de yoghurt heb je nog vergeten. ” Hij “Die breng ik straks dan kom ik fijn nog een keer. ” Tien minuten later, ik was net de kamer aan het zuigen, hoor ik hem in de keuken scharrelen, dan loopt ie langs de kamer en juicht weer “dag juffrouw, ” dat doet