het goede in zich draagt en probeert uit te stralen. Ik zelf heb dat al eens tegen hem gezegd, maar ja van haar was het direct verlossing en van mij maar lekenpraat. Wat ik ook niet snapte, dat ze na één middag praten het conflict zagen opgelost en in haar richting, de tegenovergestelde, veranderd. Afijn dat kan ik vanavond onmogelijk allemaal schrijven. In elk geval toen ik op de schitterende tegelvloer van de W.C. zat schatte ze mij op 17 jaar. Gelukkig eindelijk eens juist. Ik kwam halfdood thuis en om 21.30 uur lagen de kinderen op bed.
Lieve Schnurzie, mijn rib is gekneusd van het lange liggen, ik vind Mams en Paps snoezen, de kinderen ook. Ro vond het ook zo aardig, dat ze er onder hadden geschreven. Zusje, houd je taai, word netjes, ik moet gaan slapen, het is 0.00 uur, elke avond weer hetzelfde.
Dag schat, maf ze, een dikke zoen je kleine Schnuppi
Lieve Mams, Paps en kinderen,
Heel hartelijk bedankt voor jullie lieve groeten. Uit Ro’s brief las ik op elke regel de vreugde met jullie kennis gemaakt te hebben, wat op mij is overgesprongen en ik hoop van harte, dat ik het persoonlijk nog eens zal kunnen doen.
Hartelijke groeten en tot ziens, Els.
De door Rudolf zo geadoreerde Carla, toen nog Carla Kohn-stamm (1911) was een dochter van de bekende Philipp A. Kohnstamm (Nederlands natuurkundige, wijsgeer, theoloog en pedagoog), hetgeen haar in Rudolfs ogen nog eens extra autoriteit verschafte. Ze was in 1933, direct na de machtsovername in D., zeer bewust lid geworden van de AJC en nam met hart en ziel deel aan het muziekwerk. In jaargang 1936 van Het Signaal schreef ze boeiende artikelen over volksmuziek (Rudolfs stokpaardje). In de oorlog bleef ze groepen leiden.1 Ik denk dan
1
Uit ‘Onze jeugd behoort de morgen . . . ’ De geschiedenis van de AJC in oorlogstijd, Geertje Marianne Naarden, Amsterdam 1989