En toch leefden wij

Titel
En toch leefden wij

Jaar
2015

Pagina's
235



twee stapten we op, Ru kwaad dat Ro zo had gezeurd, we zouden al om half twee weggaan, Ro kwaad omdat we de deur hadden dichtgetrokken en geen sleutel hadden. Toen vroeg ze wie op de tandem wilde. (Het was bij Roos en Rudolf dat ik voor het eerst ervoer hoe het ‘voelt’ op een tandem te rijden. Al bij mijn eerste proefrit op de duo bij Rudolf - en dat was echt doorzetten! -verloor ik er voorgoed mijn hart aan). Ik natuurlijk direct “ik niet, ” want dat plezier wilde ik hun niet vergallen. We waren net op de Noordpolderkade, het was verrukkelijk weer, stralende zon, blauwe lucht, heerlijk warm, boven ons hoofd een sirene. Toen een uur in de zon gestaan en daarna doorgetrapt naar Wassenaar. Nou zus, ik was doodop. Kon gewoon niet meer. Het is meer dan een uur flink doorfietsen, want de tandem heeft een veel vluggere gang dan de fiets. Om vier uur arriveerden we in plaats van om half drie. Een prachtig groot huis in een kleine laan, helemaal buiten, heel chic, een Indische vrouw die open deed, schitterende trap, veel marmer, veel deuren. Een kamer, groot, ruim uitzicht. Aardig ingericht. Carla. Met geen mogelijkheid kan ik mij haar gezicht nog voor de geest halen, hoewel ik haar de hele middag heb aangekeken; kon het trouwens al niet meer op de terugweg. Weet alleen dat ze donkerblond haar had, een rol naar buiten, bruine ogen, bril, vrij groot. Haar kleding weet ik nog tot op de finesses, haar gezicht niet. We kregen een kop echte thee, een smal dubbel reepje bruin brood met boter ertussen (later nog een). Er was nog een meisje van zang. Het was precies zoals ik mij had voorgesteld (op grond van veelvuldige vertellingen van Rudolf over Carla). Mij niet sympathiek, uit de hoogte, gewild vriendelijk. Ik voelde me net als bij een dokter. Aan het eind vroeg ze of ze mij had geholpen, wat me woedend maakte en waarop ik maar mak van ja moest knikken. Tenslotte zat niet ik met die vragen, maar Ru en wat ze zei wist ik op de heenweg ook al, maar dat durfde ik niet te zeggen. Slechts één keer, tegen het eind, opende ik mijn mond en Ru straalde gewoon, waardoor ik moed vatte en doorging.

Zij keek mij aan alsof ze wilde zeggen: “Och, kindje, wil jij ook eens wat zeggen, dat mag gerust, hoor, maar ik trek mij er toch niets van aan. ” Ze praatte zelfde hele middag, heeft wel een heel sympathiek stemgeluid en veel van wat ze zei is ook onze innige overtuiging. Dat elk mens sfeer moet hebben om geest te scheppen en dat de wereld slechts verandert doordat ieder op zich

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.