nog aan je gedacht en al is er dan geen brief zeg ik toch ja omdat ik weet hoe je toch altijd aan me denkt. (...)
Schatje toch m’n pen is leeg, ik moe. ’t Is twaalf uur, ik ga slapen. Welterusten zoen van
moedertje.
Brief van Lies aan Ruth en mij:Beste R en E,
Hartelijk dank voor je brief, die ik vanmiddag ontving. Moeder is er ook heel blij mee, dat jullie het goed maakt. Voor Els heb ik goed nieuws, ik ontving verleden week f17,50. Voor je ontvangen voor de onkosten die je gemaakt hebt (de vergeefse treinreizen naar ‘aanbiedingen’ voor een baan), ik denk die zelf eens te komen brengen, of als R. (Rinus) hier komt en nog naar jou toe wil, geef ik het in enveloppe mee.
Fijn hè, nu heb je niet zo’n grote strop. We vinden ’t heerlijk datje zoo’n leuke baan hebt en bij aardige menschen beland bent, alleen kan ik er maar niet overheen dat ik dat niet heb klaargespeeld. Zeg hoe vind je het, nu heb ik iets aardigs, hoe is ’t mogelijk hè? Enfin, liefhebbers zijn er wel. Als er nog bonnen zijn sluit ik ze hier wel bij. Die arme kleine Maarten, ik denk dikwijls aan hem, ik zou hem graag eens bij me hebben en een mestkuur willen laten doen, ’t kind ziet er treurig uit. Ik wil later in een inrichting zooiets opvoeden en opknappen, dat lijkt me echt werk dat voldoet. Fijn dat jullie bij elkaar kunt komen, dat zou je anders wel erg gemist hebben, denk ik. Houd vooral moed en vraag God om raad en hulp, dat doe ik ook. Gisteren ben ik bij Ag. (Agaath) geweest, ze was wat teleurgesteld want Jo is door naar Brabant (het concentratiekamp Vught), nu kan ze niet zoo meer naar hem toe, maar misschien ziet ze het wel te zwart in. (Dat zag ze niet! Nadat Jo begin maart 1944 naar Vught was getransporteerd, is hij op 24 mei 1944 met 700 andere gevangenen van daaruit doorgestuurd naar Dachau, waar hij de oorlog heeft overleefd).
Ze was voor jou erg blij, Els. Van Rita (van Straten) weet ik nog geen recent nieuws. Nu beste kinderen, de allerbeste wenschen van ons beiden.
Je L.