af, maar ik laat me niet ontmoedigen en doe mijn best. Hoe gaat het met de kleine jongen (Maarten), ’t is toch zo’n aardig kereltje, hij heeft zo ’n zacht karakter, praat hij al wat beter? Nu, meisjes, ik hoop gauw weer iets van jullie te horen, als ’t kan, kom ik zelf nog eens kijken maar schrijf dan eerst nog wel. Veel hartelijke groeten en goede wenschen van je L.
P.S. Als ik iets voor jullie kan doen schrijf het dan alsjeblieft hoor.
*16
Brieven van Rita van Straten:
Zondagavond 5 Maart 1944 Lieve Elske,
Je brief ontvangen waarvoor mijn dank. ‘k Was er erg blij mee. Hetty was er ook net en ontving dus jouw brief (bij Nel en Leen ter Haar). Nel had jouw adres geschreven, waar ik bij stond en ik heb het onthouden en er gebruik van gemaakt. Vind je het erg? Neen, toch? ‘k Was gisteravond bij moedertje. Ik had een lange brief van papsje en mamsie. Ze krijgen nu een kamer alleen (in Westerbork). Fijn hè. Kind, ik ben zo blij. (Rita’s moeder heeft de oorlog in Theresienstadt overleefd). Ja, lieverd, ‘k heb het hier reuze fijn, doch moet weer weg. Er zijn te veel. Reuze jammer. ‘k Moet a.s. woensdag ter kennismaking naar Gelderland. ‘k Vind het erg rot. Lies heeft ook nog wat. In Z.Holland. Misschien bij jullie. Zou reuze zijn. Dat andere is zo ver weg. En nu watje vraagt over Wim. Ik ben altijd eerlijk, dus ook nu. Ik heb hem leren kennen bij Nel. Een aardige man, meer niet. Toen hij hoorde, dat ik een nieuwe baan moest hebben, is hij aan de gang gegaan en ben ik door hem in contact gekomen met iemand waar ik a.s. woensdag mee weg moet. Doch Wim heeft het niet geprobeerd met moedertje, o neen, maar met mij. Hij heeft echter geen schijn van kans en ik heb net een brief voor hem klaar, waardoor ik het contact met hem helemaal verbroken heb, omdat hij meer wil dan vriendschap (wat niet kan bestaan tussen man en vrouw), en zelfs bij Nel praat over “zijn meisje”.