En toch leefden wij

Titel
En toch leefden wij

Jaar
2015

Pagina's
235



had je niet verwacht en hij zal dus een verrassing zijn. Ik wacht weer op jouw volgende. Denk veel aan ons zoals ik altijd aan jullie en aan jou in het bijzonder denk. Het is goed te leven zelfs in een tijd als deze is het niet? (...) Een dikke zoen twee armen om je heen. Dag m’n kleine.

Moedertje

Bij deze brief ingesloten het volgende gedicht:

Altijd heb ik dieper willen zien, dan de tastbare dingen en uiterlijkheden; steeds dreef de ziel van mijn ziel mij, te treden langs wegen, waar ik ging als eenzaam man

Nu, op de lage duintop van dit heden, tuur ik gespannen naar de randen van land, zee en lucht, trachtende of ik kan overschouwen de branding van verleden

En toekomst: of achter de vale kimmen

ruime zee is met rustiger gedein

van golven die komen en golven die keren. -

Maar ik sta te laag, en zal hoger klimmen moeten, eer misschien ik in staat zal zijn om de nieuwe zekerheden te leren.

Uit Verzen van Nu

Van Garmt Stuiveling, 1933 *14

Briefje van Lies’ moeder aan Ruth en mij:

Haarlem, 27 februari 1944 Beste Ro en E,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.