En toch leefden wij

Titel
En toch leefden wij

Jaar
2015

Pagina's
235



dat onze vriendschap na de oorlog af zal breken. Ik hunker naar deze verhouding in volle vrijheid. Zo dicht als ik bij jullie vijven sta (Agaath bedoelt ons drieën en vader en moeder die ze nooit had ontmoet, maar over wie wij blijkbaar zo intensief spraken dat zelfs Rita klonk alsof ze hen persoonlijk kende) sta ik bij niemand anders in de kring (van onderduikers) en jij en Ro zijn geen vreemden meer, dat mag je nooit meer zeggen, jullie horen bij mij nu en altijd. Misschien krijgen we ook nog eens echte ruzie zoals dat hoort bij een groot gezin, maar dan altijd zullen we blijven voelen de grote verbondenheid. Kleintje, Mieke zou vadertje zeggen, laten we leven en werken volgens zijn gedachten, laten we mild zijn in ons oordeel. Hebt Uw vijanden lief als Uzelve. Heb ik eigenlijk zoveel misdreven bij het helpen van Marijke en haar liefde? Aan jou durf ik die vraag te stellen. Met niemand anders kan ik er nu nog over praten. Ik zwijg in alle talen. Mogen we dit woord gods tot waarheid maken en heulen we dan met de vijand? Volgens Wim wel. Ik kom er soms niet uit. Je hebt me met je woorden over Marijke zoveel steun gegeven. Toen ik bij jullie wegging had ik een onvoldaan gevoel, jullie gaven zo weinig antwoord in deze kwestie. Maar nu is het goed. Zo is het, kleintje, wat goed en lief was in Marijke dat bleef. En daar hield ik van en daar houd ik nog van en nu weet ik klaar en zeker dat als ze eens terugkomt ze mij haar ‘grote geliefde steun’, zoals ze het schreef, zal mogen blijven noemen. Nu is er vrede en innerlijke rust zonder dat ik de foto terug vroeg. Nu zal ik Wim duidelijk uiteenzetten hoe ik het voel. Aanvaard jij zijn vriendschap niet. Waarom ik jou bijna durf te verbieden die vriendschap te aanvaarden zul je later nog wel eens van me horen. Laat het nu maar zo. Bij mij is alles goed zo. Marijke staat nog steeds op de schoorsteen. Ruurdje zegt haar iedere dag goede morgen. ‘Aikie,’ zegt hij en knikt naar haar. Ze hield zo van haar kleine jongetje, wat zal ze veel aan hem denken. Zal ze voelen en Mutti ook hoe veel en warm onze gedachten altijd bij ze zijn. (...)

Waarom het me zo treft die ongezellige sfeer bij Jenny. Ik kan nu eenmaal niet met ongezellige menschen en dingen om me heen tot volle overgave komen. Daar is altijd iets dat me tegenhoudt. Daar kunnen jullie aan één kant niets aan doen, tot op zekere hoogte weer wel, maar dat is niet jouw zaak maar die van Ro, die ik daarover zal schrijven. Zonnetje, is het goed zo. Deze brief

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.